Rechter: voormalige partner moet investeringen in Bonairiaanse yogastudio terugbetalen

· - leestijd 1 minuut
Afbeelding

KRALENDIJK – Een samenwerking tussen twee ondernemers die samen een yogastudio op Bonaire begonnen, is geëindigd in een juridisch conflict. Het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft bepaald dat één van de voormalige partners ruim 3.700 dollar moet betalen aan de ander voor overgenomen inventaris en onbetaalde yogalessen.


De twee ondernemers begonnen eind 2024 gezamenlijk met de ontwikkeling van een yogastudio. Zij bedachten samen een naam en logo, huurden een pand en schaften gezamenlijk materialen en inventaris aan. In mei 2025 liep de samenwerking echter stuk na een conflict.

Na het beëindigen van de samenwerking zette één van de partners de yogastudio voort onder een andere naam. Hoewel er een nieuwe huisstijl en nieuwe online kanalen werden gebruikt, oordeelde de rechter dat feitelijk sprake was van een voortzetting van dezelfde onderneming. De studio bleef gevestigd op dezelfde locatie, maakte gebruik van dezelfde inventaris, behield de bestaande leden en werkte verder met dezelfde yogadocenten.

Investeringen moeten worden vergoed

De voormalige medeoprichter stelde dat zij duizenden dollars had geïnvesteerd in de inrichting van de studio en daarvoor gecompenseerd moest worden. De rechter ging daarin gedeeltelijk mee.

Omdat de voortzettende ondernemer de aangeschafte inventaris bleef gebruiken, moet zij de volledige aanschafwaarde van die goederen vergoeden. Een voorgesteld afschrijvingspercentage van 50 tot 75 procent werd door de rechter afgewezen. Volgens het Gerecht was onvoldoende onderbouwd waarom de inventaris, die maximaal een half jaar oud was, zo sterk in waarde zou zijn gedaald.

Daarnaast kende de rechter een vergoeding van 520 dollar toe voor yogalessen waarvoor de eiseres nooit was betaald.

Tegenvordering afgewezen

De ondernemer die de studio voortzette voerde onder meer aan dat bepaalde kosten konden worden verrekend en stelde in een tegenvordering dat de voormalige partner geen recht had op volledige terugbetaling van haar investeringen. De rechter wees die argumenten af, omdat zij onvoldoende waren onderbouwd of geen zelfstandig juridisch belang hadden.

Per saldo moet de voortzettende ondernemer 3.798,71 dollar betalen. De proceskosten in de hoofdzaak worden gecompenseerd, zodat beide partijen hun eigen kosten dragen.


1.609 keer gelezen

Deel dit artikel: