Hof gelooft telefoonverhaal D.T. niet en legt 21 maanden cel op

· - leestijd 1 minuut
Afbeelding
Foto: ABC Online Media

KRALENDIJK – Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie heeft D.T. dinsdag veroordeeld tot 21 maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk. Volgens het hof nam hij tijdens de schotenregen in de nacht van 8 juni 2025 een vuurwapen aan van een medeverdachte. D.T. hield vol dat het om een telefoon ging.


De zaak draaide grotendeels om camerabeelden uit de Kaya L.D. Gerharts, vlak bij de omgeving van Club Rush. Op de beelden is te zien hoe de medeverdachte S. een voorwerp in zijn rechterhand vasthoudt. Volgens het hof hield hij dat voorwerp onafgebroken vast en gaf hij het vervolgens in één vloeiende beweging aan D.T.

Het hof oordeelde dat het voorwerp, gelet op de vorm, de manier van overhandigen en de omstandigheden, een vuurwapen moet zijn geweest. Rond dat moment klonken schoten en ontstond paniek onder de aanwezige jongeren.

Niet geloofwaardig

D.T. verklaarde dat hij geen wapen, maar zijn telefoon terugkreeg. Het hof vond dat scenario niet geloofwaardig. Daarbij speelde mee dat hij pas later met deze uitleg kwam en tijdens de politieverhoren niet steeds hetzelfde over de telefoon zou hebben verklaard. Ook vond het hof het moeilijk voorstelbaar dat midden in de paniek een telefoon op deze manier zou worden overhandigd.

Het hof benadrukte dat met de veroordeling niet is vastgesteld dat D.T. zelf heeft geschoten of betrokken was bij het dodelijke schietincident bij Club Rush. Hij wordt veroordeeld voor het samen met een ander voorhanden hebben van een vuurwapen.

Volgens het hof gaat het desondanks om een ernstig strafbaar feit. De rechters wezen op de grote groep, veelal jonge, mensen die die nacht op straat aanwezig was en op de ernstige gevolgen waartoe vuurwapenbezit kan leiden.

Bij het bepalen van de straf hield het hof rekening met de persoonlijke omstandigheden van D.T., het reclasseringsrapport en de straf van de medeverdachte. In eerste aanleg kreeg D.T. nog 24 maanden gevangenisstraf opgelegd. Het hof maakte daarvan 21 maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk. Aan het voorwaardelijke deel is een proeftijd van drie jaar verbonden. D.T. moet zich gedurende die periode aan de voorwaarden van de reclassering houden.

Van de opgelegde straf zijn daarmee achttien maanden onvoorwaardelijk. Voorwaardelijke invrijheidstelling kan op Bonaire in beginsel na twee derde van het uit te zitten strafdeel aan de orde zijn. Dat zou in deze zaak neerkomen op ongeveer twaalf maanden. Voorarrest wordt normaal gesproken verrekend, maar omdat de precieze detentiedatum en de berekening van de straf niet bekend zijn, kan nog niet met zekerheid worden gezegd wanneer D.T. vrijkomt. Vrijlating in 2026 is mogelijk, maar niet automatisch.

D.T. heeft twee weken de tijd om cassatie in te stellen.


182 keer gelezen

Deel dit artikel: