Coalitieakkoord legt lat hoger voor bestaanszekerheid op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius

· - leestijd 1 minuut
Afbeelding

DEN HAAG - Het echte nieuws in het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA is de erkenning dat Bonaire, Sint-Eustatius en Saba onder volwaardige Nederlandse normen van bestaanszekerheid moeten vallen. Daarmee wordt de lat hoger gelegd voor het toekomstige kabinet.


Dat blijkt uit het nieuwe coalitieakkoord, waarin de Caribische eilanden nadrukkelijk worden genoemd. Aankomend premier Rob Jetten spreekt over ‘grote stappen’ voor Bonaire, Sint-Eustatius en Saba, met een structurele investering voor het sociaal minimum. Dat klinkt als nieuw beleid, maar vraagt om nadere duiding.

Bonaire, Sint-Eustatius en Saba zijn bijzondere gemeenten van Nederland. Den Haag is direct verantwoordelijk voor wetgeving, sociale zekerheid en bestaanszekerheid. Juist op dat punt knelt het al jaren.

Moeite om rond te komen

Onderzoeken tonen aan dat veel inwoners van Caribisch Nederland moeite hebben om rond te komen, ook wanneer zij werken. De kosten voor wonen, energie, water en vervoer zijn hoog, terwijl inkomens en uitkeringen achterblijven. Dat botst met de Nederlandse grondwet, die de overheid verplicht zorg te dragen voor bestaanszekerheid.

Die spanning werd in 2023 scherp benoemd door de Commissie Thodé, die ging over het sociaal minimum in Caribisch Nederland. Deze commissie berekende wat inwoners minimaal nodig hebben om waardig te kunnen leven en concludeerde dat het sociaal minimum structureel te laag ligt. Eerdere maatregelen hebben dat tekort niet weggenomen. De commissie adviseerde daarom om inkomens en uitkeringen te verhogen en vaste lasten structureel te verlagen.

In dat licht moet ook de nu genoemde investering van dertig miljoen euro worden gezien. Dat bedrag is niet nieuw, maar stond al langer op de rijksbegroting. Ook in dit coalitieakkoord wordt dertig miljoen euro per jaar gereserveerd voor de verdere uitwerking van het sociaal minimum op de BES-eilanden.

Toon

Wat wel verandert, is de toon. Het sociaal minimum wordt niet langer gepresenteerd als een langetermijnambitie, maar expliciet gekoppeld aan de adviezen van de commissie en neergezet als een concreet beleidsdoel.

Daarmee erkent het kabinet dat Bonaire, Sint-Eustatius en Saba recht hebben op dezelfde basisnormen van bestaanszekerheid als in Europees Nederland.

Tegelijk blijft de vraag of het gereserveerde bedrag voldoende is. Eilandelijke bestuurders en ook de ombudsman waarschuwen al langer dat armoede in Caribisch Nederland zonder aanvullende stappen hardnekkig zal blijven bestaan.

Juist daarom is dit akkoord relevant: het maakt duidelijk dat een toekomstig kabinet zich niet langer kan onttrekken aan zijn verantwoordelijkheid voor bestaanszekerheid op de BES-eilanden.


1.598 keer gelezen

Deel dit artikel: