
DEN HAAG - De Nederlandse Staat heeft mensenrechten van inwoners van Bonaire geschonden door onvoldoende klimaatmaatregelen te nemen en het eiland ongelijk te behandelen ten opzichte van Europees Nederland. Dat oordeelde de rechtbank in een omvangrijk vonnis van 90 pagina’s, waarvan dinsdag een mondelinge samenvatting werd uitgesproken
Greenpeace had de zaak aangespannen namens de bewoners van Bonaire en stelde dat Nederland te weinig doet om hen te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Volgens de milieuorganisatie worden inwoners van het Caribische eiland bovendien minder goed beschermd dan mensen in Europees Nederland, wat in strijd zou zijn met internationale verdragen.
Geen schending artikel 2, wel artikel 8 en 14
De rechtbank oordeelde dat artikel 2 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), dat ziet op acute levensbedreiging, niet is geschonden. Wel concludeerde de rechter dat de Staat artikel 8 EVRM heeft overtreden, dat burgers beschermt tegen ernstige aantasting van hun gezondheid, welzijn en leefomgeving.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat Bonaire ongelijk is behandeld ten opzichte van Europees Nederland. Daarmee is ook het discriminatieverbod uit artikel 14 EVRM geschonden
Kwetsbaar eiland, trage aanpak
Volgens de rechtbank is al tientallen jaren bekend dat Bonaire als klein eiland extra kwetsbaar is voor klimaatverandering. Het eiland kampt nu al met extreme hitte, zware regenval en tropische stormen. In 2050 zouden delen van het eiland onder water kunnen staan, waaronder gebieden met cultureel erfgoed zoals slavenhuisjes, zoutpannen en vissershutten
Toch heeft de Staat volgens de rechter pas laat werk gemaakt van een samenhangend adaptatiebeleid voor Bonaire. Concrete plannen kwamen pas na 2022 op gang, terwijl lokale overheden onvoldoende middelen en expertise hadden om de risico’s het hoofd te bieden.
Ook het nationale klimaatbeleid schiet tekort, aldus de rechtbank. De Nederlandse doelstellingen zijn onvoldoende inzichtelijk, niet alle uitstootbronnen worden meegerekend – zoals lucht- en zeevaart – en het is zeer onzeker of de doelen voor 2030 worden gehaald. Bovendien ontbreekt een helder overzicht van het resterende emissiebudget van Nederland.
Bindende doelen binnen 18 maanden
De rechtbank draagt de Staat op om binnen 18 maanden bindende klimaatdoelen vast te leggen voor de hele Nederlandse economie, inclusief tussentijdse doelen richting 2050, wanneer de uitstoot netto nul moet zijn. Ook moet het emissiebudget transparant worden gemaakt.
Daarnaast moet er een adaptatieplan komen waarin Bonaire expliciet wordt meegenomen, met het oog op invoering in 2030. De rechter schrijft niet voor hoe de regering deze doelen moet halen; dat blijft aan politiek en bestuur. Andere, verdergaande eisen van Greenpeace zijn afgewezen.
Lees hier de liveblog van het oordeel van de rechter.

































