Kabinet mist eerste deadline in klimaatzaak Bonaire

· - leestijd 2 minuten
Minister-president Rob Jetten op Bonaire.
Minister-president Rob Jetten op Bonaire. Foto: Hans Hofstra

KRALENDIJK – Het Nederlandse kabinet heeft een eerste belangrijke termijn uit het vonnis in de klimaatzaak over Bonaire laten verlopen. Uiterlijk dinsdag 28 juli moest duidelijk worden hoeveel broeikasgassen Nederland volgens het kabinet nog kan uitstoten om een eerlijke bijdrage te leveren aan het Klimaatakkoord van Parijs. Die duidelijkheid is er niet gekomen. Klimaatjuristen spreken tegenover de NOS van nalatigheid en noemen de gang van zaken zorgelijk.


De rechtbank Den Haag oordeelde op 28 januari dat Nederland onvoldoende doet om inwoners van Bonaire te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Volgens de rechter schendt het Nederlandse klimaatbeleid de mensenrechten van inwoners van het eiland en worden zij ongelijk behandeld ten opzichte van inwoners van Europees Nederland.

Naast maatregelen om Bonaire beter te beschermen, kreeg de Staat de opdracht om binnen achttien maanden nieuwe juridisch bindende klimaatdoelen vast te leggen voor de gehele Nederlandse economie. Die doelen moeten aansluiten bij een eerlijke Nederlandse bijdrage aan het beperken van de mondiale opwarming tot maximaal 1,5 graad.

Eerste termijn verstreken

Een belangrijke tussenstap was het inzichtelijk maken van de resterende Nederlandse emissieruimte: de hoeveelheid broeikasgassen die Nederland volgens het kabinet nog kan uitstoten binnen die klimaatdoelstelling.

De rechtbank achtte een termijn van zes maanden redelijk om die informatie openbaar te maken. Die zes maanden zijn dinsdag verstreken, maar volgens onderzoek van de NOS heeft het kabinet de emissieruimte nog niet bekendgemaakt.

Het ministerie van Klimaat en Groene Groei laat aan de omroep weten dat het kabinet op Prinsjesdag meer informatie wil geven over de uitvoering van het Bonaire-vonnis. Dat is na de termijn van zes maanden. Bovendien is volgens de NOS nog niet duidelijk of op Prinsjesdag daadwerkelijk bekend wordt gemaakt van welke resterende emissieruimte Nederland uitgaat.

Wel zegt het kabinet voorbereidingen te treffen om uiterlijk 28 juli 2027 bindende emissiereductiedoelen voor de gehele economie in nationale regelgeving vast te leggen. Daarvoor wordt een wijziging van de Klimaatwet voorbereid.

Juristen kritisch op kabinet

Klimaatjurist Tim Bleeker van de Vrije Universiteit Amsterdam uit tegenover de NOS zorgen over de voortgang. Als het kabinet na zes maanden nog niet duidelijk kan maken van welke emissieruimte het uitgaat, vraagt hij zich af of het lukt om binnen een jaar met een volledig uitgewerkt pakket te komen. Hij noemt de situatie tegenover de omroep „een blamage voor Nederland”.

Ook klimaatjurist Laura Burgers van de Universiteit van Amsterdam is kritisch. Volgens haar is sprake van een gebrek aan „constitutionele hoffelijkheid”. Zij wijst erop dat de Staat tijdens de rechtszaak zelf heeft aangegeven dat de gegevens die nodig zijn om de emissieruimte te bepalen al beschikbaar zijn.

Volgens Burgers was dat voor de rechtbank juist een reden om een termijn van een half jaar redelijk te vinden.

Uit navraag van de NOS blijkt daarnaast dat het ministerie de Wetenschappelijke Klimaatraad niet heeft gevraagd om advies over het bepalen van de emissieruimte. De raad had eerder aangegeven daarbij een rol te kunnen spelen. Ook het Planbureau voor de Leefomgeving zou hiervoor niet door het ministerie zijn benaderd.

Hoger beroep loopt nog

De Nederlandse Staat maakte op 10 april bekend in hoger beroep te gaan tegen het vonnis. Het kabinet vroeg daarbij ook om schorsing van delen van de uitspraak. Volgens de regering gaat de rechtbank met bepaalde onderdelen van het vonnis te ver, onder meer door voor te schrijven dat absolute reductiedoelen voor de gehele economie in nationale regelgeving moeten worden opgenomen.

Het instellen van hoger beroep betekent echter niet automatisch dat de Staat de uitspraak voorlopig naast zich neer kan leggen. Het vonnis is door de rechtbank “uitvoerbaar bij voorraad” verklaard. Dat houdt in dat de uitspraak in beginsel moet worden uitgevoerd zolang een hogere rechter niet anders beslist of de tenuitvoerlegging wordt geschorst.

Docent-onderzoeker staats- en bestuursrecht Tycho Scholten van de Vrije Universiteit noemt de ontwikkeling tegenover de NOS zorgelijk. Volgens hem wordt het steeds minder vanzelfsprekend dat de Staat rechterlijke uitspraken tijdig uitvoert.

Het oorspronkelijke vonnis volgde uit de klimaatzaak die door acht inwoners van Bonaire en Greenpeace Nederland tegen de Nederlandse Staat was aangespannen. De rechtbank bepaalde daarbij niet alleen dat Nederland nieuwe klimaatdoelen moet vastleggen, maar ook dat er maatregelen moeten komen om Bonaire beter te beschermen tegen onder meer extreme hitte en andere gevolgen van klimaatverandering.


194 keer gelezen

Deel dit artikel: