Wat te doen als je niet weet wat je moet doen

· - leestijd 2 minuten
Afbeelding
Photo: Jean Marie Codrington Schmidt

Een herkenbare situatie.


Een leerling is bezig met een opdracht. Hij stopt, staart naar het papier en zegt dan: “Juf, ik snap het niet.”

De docent kijkt naar het werk en zegt: “Je moet je beter inzetten.”

Volgende scène. Dezelfde leerling, nu thuis.

“Je moet harder werken.”

Op zulke momenten vraag ik mij vaak af: harder werken waaraan precies?

Weet de docent dat? Weet de ouder dat? En belangrijker nog: weet het kind het zelf?

In mijn werk met studenten ben ik gaan herkennen dat “ik snap het niet” vaak eigenlijk iets anders betekent: ik zit vast in mijn leerproces.

En vastzitten kan minstens drie verschillende dingen betekenen.

Ten eerste: ik weet niet genoeg. Een kind kan kennis of informatie missen die nodig is om de opdracht te kunnen maken.

Ten tweede: ik begrijp het niet. Het kind beschikt misschien wel over de nodige kennis, maar begrijpt niet goed wat er precies van hem wordt gevraagd.

Ten derde: ik weet niet hoe ik verder moet. Een kind kan het onderwerp kennen en de opdracht begrijpen, maar toch niet weten wat de volgende stap is of welke aanpak nodig is.

Deze drie vormen van vastlopen zijn niet hetzelfde. Ze hebben verschillende oorzaken en vragen dus ook om verschillende reacties. De moeilijkheid is dat kinderen zelf vaak niet weten waarom ze vastlopen.

Daarom helpt het niet veel om een kind simpelweg te zeggen dat het “harder moet werken”.

Deze ervaringen hebben mij als onderwijsprofessional twee belangrijke lessen geleerd.

De eerste: wees niet te snel met het interpreteren van het leergedrag van een kind. Wat wij zien, is een kind dat worstelt, naar het papier staart, niet begint of opgeeft. Wij zien gedrag. Wij zien niet wat het denkt of wat de onderliggende oorzaak is.

Dus: onderzoek.

Wat begrijp je precies niet? Wat denk je dat de opdracht van je vraagt? Wat weet je al? Waar liep je vast? Wat denk je dat de volgende stap zou kunnen zijn?

De antwoorden geven ons informatie. Laat die informatie bepalen wat er daarna nodig is.

De tweede les is misschien nog belangrijker. Het is niet alleen onze taak om vast te stellen waar leerlingen vastlopen. We moeten hen leren om dat zelf te herkennen.

Leer hen om even te stoppen en hun eigen denken te onderzoeken. Dat is metacognitie: leerlingen leren om hun eigen leerproces te plannen, te volgen en te evalueren. Zoals Alex Quigley betoogt, zijn dit vaardigheden die we expliciet moeten aanleren als we willen dat leerlingen steeds zelfstandiger worden in hun leren.

Maar leer kinderen vooral ook wat ze moeten doen wanneer ze niet weten wat ze moeten doen.

Dus de volgende keer dat een kind zegt: “Ik snap het niet”, probeer dan niet meteen te vertellen wat het moet doen.

Die woorden zijn een signaal.

Stop even. Stel vragen. Help het kind te onderzoeken waar het precies vastloopt. Geef niet meteen het antwoord, maar help het eerst te begrijpen wat het nodig heeft.

Want het doel is niet alleen om een kind vandaag weer op weg te helpen.

Het doel is dat het morgen weet hoe het zichzelf weer op weg kan helpen.


92 keer gelezen

Deel dit artikel: