Subsidiepot kan minimaal vijf historische woningen op Bonaire helpen

· - leestijd 2 minuten
Afbeelding
Foto: ABC Online Media

KRALENDIJK – Met de subsidiepot van 550.000 dollar voor historische woonhuizen op Bonaire kunnen minimaal vijf aanvragen worden gehonoreerd. Het budget staat vast en voor een vervolg in 2027 is nog geen geld gereserveerd. Dat laat het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap weten na vragen van Bonaire.nu.


Eigenaren kunnen tot en met 30 september subsidie aanvragen voor het herstel en onderhoud van een historische woning. Per pand is maximaal 100.000 dollar beschikbaar. Daarnaast kan maximaal 5.000 dollar worden verstrekt voor bouwtechnisch vooronderzoek.

Herson Martinuz van het Openbaar Lichaam Bonaire roept eigenaren op niet te lang te wachten. “Het is een beperkte duur dat deze pilot actief is. Maak daar goed gebruik van.”

Hogere herstelkosten

De regeling is vooral bedoeld voor mensen die zelf in hun historische woning wonen en onvoldoende financiële middelen hebben om noodzakelijk onderhoud uit te voeren. Woningen die commercieel worden verhuurd, bijvoorbeeld via Airbnb, vallen buiten de doelgroep.

Volgens Martinuz zijn juist traditionele woningen vaak hard aan onderhoud toe. “Als je rondrijdt, ziet iedereen het. Het zijn vooral de traditionele woningen waarbij het meeste onderhoud nodig is.”

Eigenaren van monumentale woningen moeten bij herstel bovendien aan bepaalde regels voldoen. Daardoor kunnen de werkzaamheden duurder uitvallen. “Het herstel of onderhoud van die woningen is veel duurder dan van een moderne woning”, zegt Martinuz. Dat komt volgens hem onder meer door de gebruikte materialen en traditionele bouwmethoden.

Onderzoek versterkt aanvraag

Eigenaren kunnen een tegemoetkoming van maximaal 5.000 dollar krijgen voor bouwtechnisch vooronderzoek. Daarmee wordt in kaart gebracht welke werkzaamheden nodig zijn en hoeveel het herstel vermoedelijk gaat kosten.

Martinuz adviseert aanvragers om zo’n onderzoek waar mogelijk direct mee te sturen. “Je maakt jouw eigen verhaal sterker als je van tevoren meestuurt wat je hebt laten inventariseren. Zo kan je laten zien wat de behoefte is.”

De verplichte verklaring van het bestuurscollege moet volgens hem niet worden verward met een vergunning. “Het loopt anders dan een vergunning. Bij een vergunning moet je veel meer documenten toetsen.” Het benodigde formulier wordt samen met de directie Ruimte en Ontwikkeling ingevuld en kan volgens Martinuz sneller worden afgehandeld.

‘Het is weinig maar het is iets’

Voor Caribisch Nederland is in totaal 1,1 miljoen dollar beschikbaar. Daarvan is de helft voor Bonaire gereserveerd. De andere helft is bestemd voor Sint-Eustatius en Saba. Volgens het ministerie is die verdeling grofweg gebaseerd op de omvang van de eilanden.

Martinuz erkent dat 550.000 dollar beperkt is. “Het is weinig, maar het is iets. Op dit moment hebben we niets. Dus als je 550.000 dollar tegenover niets zet, dan is het, hoe weinig het ook klinkt, een begin.”

Wanneer op Saba of Sint-Eustatius geld overblijft, kan dat alsnog voor aanvragen op Bonaire worden gebruikt. Het ministerie verhoogt het totale budget echter niet wanneer de belangstelling groter blijkt dan de beschikbare middelen.

Voorrang bij te veel aanvragen

Als het totaalbedrag van de geldige aanvragen hoger uitvalt dan 550.000 dollar, worden de aanvragen in vier categorieën verdeeld. Monumenten binnen de beschermde dorpsgezichten van Rincon en Kralendijk krijgen voorrang. Binnen die gebieden gaan beschermde monumenten die in het register van het Openbaar Lichaam Bonaire staan als eerste.

Wanneer binnen een categorie onvoldoende geld resteert, krijgen aanvragen met lagere kosten voorrang aldus het ministerie.

“Je wilt zo veel mogelijk mensen hiermee helpen”, zegt Martinuz. “Stel dat er een aanvraag binnenkomt die een half miljoen kost, dan betekent dat niet dat dit de enige aanvraag is die in behandeling wordt genomen.”

Geen geld voor vervolg gereserveerd

Het ministerie weet niet hoeveel historische woonhuizen op Bonaire onderhoud of restauratie nodig hebben. Ook ontbreekt een inschatting van de totale kosten. Het OLB wil de pilot daarom gebruiken om de omvang van de behoefte beter zichtbaar te maken.

“Iedereen ziet wel dat de behoefte er is”, zegt Martinuz. “Maar als je vraagt hoe groot die behoefte is, kan niemand daar antwoord op geven. Met harde cijfers kunnen we laten zien dat de behoefte ook cijfermatig groot is.”

Het is voor het eerst dat het ministerie van OCW rechtstreeks subsidie verstrekt aan eigenaren van monumenten in Caribisch Nederland. De ervaringen met de pilot en de uitkomsten van de evaluatie van de Monumentenwet BES worden gebruikt bij een besluit over een mogelijk vervolg.

Martinuz hoopt dat uiteindelijk een permanente regeling ontstaat. “Hopelijk blijft het niet bij een pilot, maar kunnen we echt iets structureels regelen. Want uiteindelijk wil je iets structureels regelen.”

Wanneer daarover een besluit valt, is nog onbekend. Voor 2027 en de jaren daarna is nog geen geld gereserveerd.


125 keer gelezen

Deel dit artikel: