
Een eigen huis kunnen kopen. Genoeg verdienen om niet twee banen nodig te hebben. Na een leven lang werken fatsoenlijk met pensioen kunnen. Een opleiding volgen en daarna terug kunnen keren naar Bonaire zonder in salaris en mogelijkheden een grote stap terug te zetten. En serieus genomen worden wanneer in Den Haag besluiten over het eiland worden voorbereid.
Na zestien jaar discussie lijken die verlangens van inwoners op het eerste gezicht eenvoudig. De uitvoering blijkt dat niet te zijn.
In de eerste drie delen van deze serie kwam een Bonaire naar voren waarop onmiskenbaar vooruitgang is geboekt, maar waar nog steeds wordt gesproken over tweederangsburgerschap.
Niet door iedereen. “Ik voel me niet kleiner door een Nederlander”, zegt de dertigjarige vrouw uit deze serie. Een 48-jarige man wil al helemaal niet worden aangeduid als tweederangsburger. Bonaire hoeft volgens hem ook niet “100 procent gelijk” te worden aan Europees Nederland.
Toch willen beiden verandering. De eerste wil erop kunnen vertrouwen dat zij ooit een woning kan kopen. De tweede vindt dat iemand op Bonaire met zijn inkomen huur, water, elektriciteit en boodschappen moet kunnen betalen en daarna fatsoenlijk met pensioen moet kunnen.
Daarmee wordt duidelijk waar een mogelijke oplossing begint. Niet bij de vraag of Bonaire hetzelfde moet worden als Nederland. Maar bij de vraag welk resultaat voor een inwoner aanvaardbaar is.
Onderzoek
Aanvullend is voor artikel 2, 3 en 4 gebruikgemaakt van Kroniek van een gebroken belofte – 15 jaar Caribisch Nederland, samengesteld door Nina den Heyer en René Zwart. De bundel beschrijft zowel de verwachtingen rond 10-10-10 als de economische, sociale en bestuurlijke ontwikkelingen in de vijftien jaar daarna. Voor deze artikelen zijn onder meer bijdragen van Den Heyer, Arjan Vliegenthart, Glenn Thodé en het interview met voormalig premier Jan Peter Balkenende geraadpleegd.
Voor deze serie over gelijkheid en gelijkwaardigheid zijn inwoners van Bonaire geïnterviewd die bij de auteur bekend zijn, maar vanwege de kleine eilandgemeenschap niet bij naam genoemd willen worden. Daarnaast is gebruikgemaakt van openbare overheidsdocumenten en rapporten, documentatie uit de bibliotheek op Bonaire en uitgebreid archiefmateriaal van journalist en geschiedschrijver Boi Antoin. De auteur kreeg de mogelijkheid in diens archief onderzoek te doen naar de historische en staatkundige ontwikkeling van Bonaire.
Wat is eigenlijk genoeg?
Die vraag is opvallend genoeg zestien jaar na 10-10-10 nog altijd relevant. Die vraag is opvallend genoeg zestien jaar na 10-10-10 nog altijd relevant. Hoeveel moet iemand minimaal kunnen betalen? Welke woonlast is aanvaardbaar? Moet iemand naast eten en wonen ook geld overhouden om mee te kunnen doen aan de samenleving?
Voor oud-gedeputeerde Nina den Heyer raakt dat precies aan de kern van de discussie over tweederangsburgerschap. “Als mensen niet voelen dat ze een normaal leven kunnen leiden, dan voelen ze zich altijd minder.”
Volgens haar betekent gelijkwaardigheid niet dat bedragen op Bonaire één op één hetzelfde moeten zijn als in Europees Nederland. “Je moet hem niet gelijk trekken met Nederland. Je moet ervoor zorgen dat het minimumloon wat je hier krijgt voldoende is om te voldoen in al je dingen.”
Ze maakt dat concreet. Als de overheid in Europees Nederland vindt dat iemand met zijn inkomen niet alleen eten en wonen moet kunnen betalen, maar ook moet kunnen deelnemen aan sociale activiteiten, dan zou diezelfde gedachte volgens haar op Bonaire moeten gelden. En waar in Nederland bijvoorbeeld stookkosten worden meegenomen in wat iemand nodig heeft, kan op Bonaire de airco een noodzakelijke kostenpost zijn.
“Dezelfde posten zouden voor hier moeten gelden. En dan gebaseerd op de prijzen van hier natuurlijk.”
Daarmee verschuift de discussie van gelijke bedragen naar een gelijkwaardig resultaat: kan een inwoner op Bonaire met zijn inkomen hetzelfde soort menswaardig bestaan opbouwen als iemand in Europees Nederland?
Maar Bonaire moet ook zelf bewegen
Daarbij hoort ook een ongemakkelijk onderdeel van de discussie: niet ieder probleem kan op Den Haag worden afgeschoven.
In Kroniek van een gebroken belofte leggen zowel oud-leerplichtambtenaar Harlton Emerenciana als Den Heyer een deel van de verantwoordelijkheid bij de Bonairiaanse samenleving zelf. Den Heyer schrijft dat Bonairianen door jaren van verwaarlozing en beperkte middelen gewend zijn geraakt “tevreden te zijn met weinig”. Ze noemt dat enerzijds een positieve eigenschap, maar ook een belemmering om op te komen voor rechten en de volle potentie van mens en eiland te benutten.
Die constatering sluit aan bij enkele respondenten uit deze serie. Een 48-jarige man vindt bijvoorbeeld dat er soms te snel naar Nederland wordt gewezen. Kansen moeten volgens hem ook worden gegrepen en mensen dragen verantwoordelijkheid voor keuzes in hun eigen leven.
Andere geïnterviewden wijzen naar het lokale bestuur. Zij noemen grondbeleid, vergunningen, transparantie en arbeidsvoorwaarden als zaken waarvoor niet alleen Den Haag verantwoordelijk is. Meer gelijkwaardigheid vraagt daarmee niet alleen iets van Den Haag, maar ook van het lokale bestuur en de Bonairiaanse samenleving zelf.
Niet opnieuw twintig rapporten
Een tweede belangrijke les uit zestien jaar Caribisch Nederland is dat signaleren weinig waarde heeft wanneer vervolgens niets gebeurt. Sinds 2010 verschenen rapporten over armoede, kinderen, sociaal minimum, mensenrechten, bestuur en uitvoeringskracht.
De analyse veranderde, de kern van veel problemen nauwelijks. De Commissie sociaal minimum stelde uiteindelijk vast wat huishoudens daadwerkelijk nodig hebben. Daarna werden onder meer het minimumloon en verschillende uitkeringen verhoogd en kregen huishoudens met een laag inkomen aanvullende ondersteuning. Volgens het CBS hadden dergelijke maatregelen een zichtbaar effect op de armoede: op Bonaire daalde die van 32 procent in 2023 naar 21 procent in 2024.
Dat laat zien dat beleid verschil kan maken. Het roept tegelijkertijd de vraag op hoeveel sneller die verbetering mogelijk was geweest wanneer eerdere signalen eerder waren vertaald naar maatregelen. De volgende fase zou daarom minder moeten bestaan uit opnieuw vaststellen wat inmiddels bekend is.
Een woning moet bereikbaar blijven
Voor jongeren is huisvesting misschien wel de belangrijkste test. De dertigjarige vrouw zegt het zonder politiek jargon. Ze wil “gewoon een gerust gevoel” dat ze ooit een huis kan kopen.
Nu ervaart ze het tegenovergestelde. “Weer een buitenlander die wel koopt. En ik kan het niet kopen en de prijzen blijven alleen maar stijgen.”
Een oplossing ligt niet simpelweg in het weren van mensen van buiten het eiland. Bonaire heeft werknemers, ondernemers, investeringen en kennis van buiten nodig.
Maar wanneer lokale inkomens structureel niet kunnen concurreren met koopkracht van buitenaf, ontstaat op termijn een veel groter maatschappelijk probleem: jonge Bonairianen kunnen werken op hun eiland, maar er niet meer wonen. Gelijkwaardigheid betekent dan ook bescherming van toekomstperspectief.
Talent moet twee kanten op kunnen
Datzelfde geldt voor onderwijs en werk. Nu vertrekt een deel van de jongeren naar Nederland voor een opleiding. Dat is op zichzelf een kans. Het probleem ontstaat wanneer terugkeer voelt als een stap terug door lagere salarissen, weinig passende functies en dure huisvesting.
Een samenleving die jarenlang investeert in opleiding, maar het talent daarna niet kan terughalen, verliest uiteindelijk zelf.
De 38-jarige advocaat laat bovendien zien dat wederkerigheid belangrijk is. Hij kan met zijn opleiding op Bonaire werken, maar ervaart dat dezelfde beroepsmogelijkheid in Europees Nederland niet vanzelfsprekend is. Dat vindt hij “onbegrijpelijk”.
Gelijkwaardigheid betekent daarom ook dat verbinding binnen één land niet vooral van Europees Nederland naar Bonaire loopt. De andere richting moet eveneens mogelijk zijn.
Ook premier Jetten zegt dat het gesprek niet klaar is
Premier Rob Jetten erkent dat het gesprek over de positie van Caribisch Nederland niet is afgerond. Tijdens zijn bezoek aan Bonaire wees hij erop dat Den Haag de afgelopen jaren heeft geïnvesteerd in onder meer inkomen, onderwijs en zorg, maar dat inwoners tegelijkertijd duidelijk maken dat bestaanszekerheid over meer gaat dan inkomen alleen. “De grootste problemen zitten hem eigenlijk in de kosten van reizen, voedsel, wonen en energie.”
Over de verdere ontwikkeling van Caribisch Nederland zegt hij: “Dan komt ook de volgende fase. Dus dat gesprek is zeker niet klaar.”
Voor Bonaire ligt daar in ieder geval een belangrijke opgave. Niet opnieuw beloven dat alles snel wordt opgelost, maar vooraf duidelijk maken wat Nederland onder een gelijkwaardig bestaan verstaat en vervolgens meten of inwoners dat daadwerkelijk ervaren.
De vraag achter tweederangsburgerschap
Na vier artikelen is één conclusie duidelijk: op de vraag of Bonairianen tweederangsburgers zijn, bestaat geen eenvoudig ja of nee. De tachtigjarige vrouw die zegt “wij hebben niks te zeggen” ervaart haar positie totaal anders dan de dertigjarige die zegt “ik voel me niet kleiner door een Nederlander”.
De vrouw die spreekt over “verborgen slavernij” staat ver af van de 48-jarige man die vindt dat Bonaire niet “100 procent gelijk” hoeft te worden aan Nederland.
Maar onder al die verschillen zit opvallend veel overeenstemming. Een baan moet voldoende opleveren om van te leven. Een jongere moet een toekomst kunnen opbouwen. Een huis moet niet automatisch onbereikbaar zijn met een lokaal salaris. Ouderen moeten na een werkzaam leven kunnen stoppen. Lokale kennis moet serieus worden genomen. Beleid moet passen bij Bonaire. En inwoners moeten daadwerkelijk invloed ervaren op besluiten die hun leven bepalen.
Zestien jaar geleden werd verbetering van de kwaliteit van leven beloofd. Zestien jaar later is de situatie aantoonbaar beter dan op veel momenten na 10-10-10.
Maar dat dezelfde discussie nog steeds wordt gevoerd, zegt ook iets. Misschien moet daarom niet langer centraal staan of iemand zichzelf een tweederangsburger noemt.
De veel belangrijkere vraag is of Nederland bereid is zo duidelijk te definiëren wat gelijkwaardigheid betekent dat een inwoner op Bonaire over zestien jaar het verschil niet meer in zijn portemonnee, zijn woning, zijn opleiding of zijn mogelijkheden hoeft te voelen.
Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten, zie ook www.fondsbjp.nl

































