Onder de cijfers: hoe groot is de kloof tussen Bonaire en Europees Nederland?

· - leestijd 5 minuten
Het vervallen landhuis Karpata - foto Stichting Cocari II
Het vervallen landhuis Karpata - foto Stichting Cocari II Het vervallen landhuis Karpata - foto Stichting Cocari II

Een tachtigjarige vrouw noemt mensen die “honger lijden”. En een dertigjarige ziet woningen telkens aan haar voorbijgaan. Een 35-jarige man ziet jongeren met diploma’s terugkomen naar een eiland waar goedbetaalde functies niet vanzelfsprekend op hen wachten. Maar ondersteunen cijfers het beeld dat inwoners van Bonaire minder kansen hebben dan inwoners van Europees Nederland?


In het eerste deel van deze serie stond de ervaring van Bonairianen over het onderwerp tweederangburgerschap centraal. Daaruit bleek meteen dat tweederangsburgerschap geen vastomlijnd begrip is. Niet iedere inwoner voelt zich tweederangsburger. Bijna iedereen noemt echter verschillen die het dagelijks leven raken.

De cijfers leveren hetzelfde dubbelzinnige beeld op: er is vooruitgang, maar de achterstand is niet verdwenen. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek leefde in 2024 21 procent van de inwoners van Bonaire onder de armoedegrens. Een jaar eerder was dat nog 32 procent. Onder minderjarigen daalde het percentage van 41 naar 29 procent.

Dat is een forse verbetering in één jaar. Maar het betekent ook dat ruim één op de vijf inwoners onder de armoedegrens leeft en onder kinderen bijna drie op de tien.

De verbetering kwam laat

Wie alleen naar de laatste cijfers kijkt, mist een belangrijk deel van het verhaal. Al jaren voordat het inkomen van huishoudens duidelijker werd verhoogd, was bekend dat rondkomen op Bonaire moeilijk was. Het Nibud onderzocht al in 2013 wat verschillende huishoudens minimaal nodig hadden om rond te komen. Arjan Vliegenthart, voormalig directeur van het Nibud en later lid van de Commissie sociaal minimum Caribisch Nederland, blikte daar jaren later op terug. Uit de voorbeeldbegrotingen bleek volgens hem een fundamenteel probleem: voor een deel van de huishoudens waren de noodzakelijke uitgaven simpelweg hoger dan hun inkomen.

“Dan kan je budgetteren tot je een ons weegt, maar je zal je begroting nooit rond krijgen”, schrijft Vliegenthart terugblikkend. In een analyse van de eerste jaren na 10-10-10 wordt beschreven dat de belasting- en premiedruk in 2011 sterk toenam, terwijl het minimumloon de hogere kosten niet bijhield. Het Nibud berekende vervolgens dat het wettelijk minimumloon van een alleenstaande op Bonaire bijna 50 procent te laag lag om de minimaal noodzakelijke kosten te kunnen betalen. Dat maakt duidelijk waarom het gevoel van achterstand niet pas de laatste jaren is ontstaan.

Onderzoek

Voor de historische context rond bestaanszekerheid, een Nibud-onderzoek en de ontwikkeling van het sociaal minimum is gebruikgemaakt van het boek Kroniek van een gebroken belofte uit 2025 – 15 jaar Caribisch Nederland, samengesteld door Nina den Heyer en René Zwart. In het bijzonder zijn de bijdragen van Arjan Vliegenthart en de historische economische analyse gebruikt. De overige bronnen voor deze serie bestaan onder meer uit openbare rapporten en materiaal uit de bibliotheek op Bonaire.

Voor deze serie is daarnaast gebruikgemaakt van openbare rapporten en documenten en materiaal uit de bibliotheek op Bonaire. Ook kreeg de auteur toegang tot het omvangrijke archief van journalist en geschiedschrijver Boi Antoin, die al tientallen jaren de politieke, maatschappelijke en staatkundige ontwikkelingen op Bonaire documenteert.

Twee banen om rond te komen

Toen Vliegenthart in 2023 voor de Commissie sociaal minimum opnieuw naar Caribisch Nederland keek, bleek het probleem nog altijd groot. In 2023 leefde ongeveer een derde van de bevolking van de BES-eilanden (Bonaire, St. Eustatius en Saba) onder de armoedegrens en rondkomen van het minimumloon was volgens hem op de dure eilanden vrijwel onmogelijk.

Tijdens zijn bezoek hoorde hij dat iemand met een minimumloon vaak twee banen nodig had om rond te komen. Dat sluit aan bij wat inwoners in deze serie vertellen. Meer verdienen betekent niet automatisch dat het leven financieel gemakkelijker wordt wanneer huur, eten en energie eveneens stijgen.

Premier Jetten zei tijdens zijn bezoek aan Bonaire in mei 2026 dat hem vanuit de eilanden precies daarvoor werd gewaarschuwd. “De grootste problemen zitten hem eigenlijk in de kosten van reizen, voedsel, wonen en energie.”

De discussie verschuift daarmee van inkomen naar wat iemand daadwerkelijk met dat inkomen kan doen.

Een woning als scheidslijn

Voor een dertigjarige vrouw is de woningmarkt daarvan het duidelijkste voorbeeld. Ze voelt zichzelf geen tweederangsburger. “Ik voel me niet kleiner door een Nederlander”, zegt ze.

Toch ziet ze iets gebeuren wat haar toekomst op Bonaire onzeker maakt. Huizen die met een lokaal salaris moeilijk betaalbaar zijn, worden wel gekocht door mensen die van buiten het eiland komen. “Weer een buitenlander die wel koopt. En ik kan het niet kopen en de prijzen blijven alleen maar stijgen,” zegt ze.

Ook in eerdere analyses van de economische ontwikkeling na 2010 wordt de woningmarkt genoemd. Het toenmalige belastingstelsel was aantrekkelijk voor vermogende immigranten en beleggers, waarna prijzen van onroerend goed en huren sterk stegen terwijl lonen achterbleven.

De sterke bevolkingsgroei van Bonaire brengt economische activiteit, nieuwe werknemers en investeringen met zich mee. Maar diezelfde groei vergroot ook de druk op een toch al krappe woningmarkt, waardoor lokale inwoners met een lager salaris steeds moeilijker kunnen meekomen.

Bestuurscollege neemt voorbereidingsbesluit om groei op woningmarkt en toeristische ontwikkeling in betere banen te leiden
Bestuurscollege neemt voorbereidingsbesluit om groei op woningmarkt en toeristische ontwikkeling in betere banen te leiden

Werk geeft geen garantie

Ook arbeid vormt geen eenvoudige oplossing. Een 35-jarige man vertelt dat jongeren naar Nederland vertrekken voor een opleiding en bij terugkeer niet altijd banen vinden die bij hun opleiding passen. Hij ziet belangrijke functies regelmatig naar mensen van buiten het eiland gaan.

Een oudere vrouw zegt iets vergelijkbaars, maar scherper. Volgens haar kunnen twee mensen dezelfde opleiding hebben gevolgd en toch niet dezelfde kans krijgen. Bij een andere geïnterviewde ligt de ongelijkheid juist in de arbeidsvoorwaarden: lokale kennis van taal en cultuur wordt volgens haar onvoldoende financieel gewaardeerd.

Dat zijn ervaringen. Ze zijn niet automatisch met een inkomensstatistiek te staven. Maar ze laten wel zien dat economische gelijkwaardigheid voor inwoners uit meer bestaat dan het minimumloon.

Het gaat ook over wie een woning kan kopen, wie doorgroeit naar een hogere functie en of een diploma aan beide kanten van de oceaan dezelfde deuren opent.

Een opvallende tegenstelling

Tegelijkertijd zou het beeld onvolledig zijn wanneer alleen naar achterstanden wordt gekeken. Sinds 2010 zijn uitkeringen verhoogd, kinderbijslag ingevoerd en voorzieningen verbeterd. Voormalig minister Henk Kamp wijst er bijvoorbeeld op dat de AOV, de ouderdomsuitkering voor inwoners van Caribisch Nederland, ten opzichte van 2010 bijna verdrievoudigde. Ook werd kinderbijslag ingevoerd en is de bijstand sterk verhoogd. Tegelijkertijd zijn de uitgaven van het Rijk aan de eilanden fors gegroeid, kinderbijslag werd ingevoerd en de bijstand sterk is verhoogd. Ook de uitgaven van het Rijk aan de eilanden zijn fors gegroeid.

Er is dus niet simpelweg zestien jaar niets gebeurd. De vraag is waarom die forse publieke investeringen zo lang niet voldoende waren om een groot deel van de bevolking bestaanszekerheid te geven.

Daarmee komen we bij de kern van deze serie: vooruitgang en ongelijkheid kunnen tegelijkertijd bestaan.

Niet alles staat in cijfers

Niet iedere vorm van ervaren ongelijkheid is terug te vinden in armoede- of inkomenscijfers. Een 38-jarige advocaat noemt bijvoorbeeld een verschil in beroepsmogelijkheden. Hij heeft Nederlands recht gestudeerd en werkt als advocaat op Bonaire, maar kan volgens hem niet zonder aanvullende voorwaarden hetzelfde beroep in Europees Nederland uitoefenen. Andersom kunnen advocaten uit Europees Nederland volgens hem gemakkelijker op Bonaire aan de slag. Hij noemt dat verschil “onbegrijpelijk”.

Andere ervaringen zijn nog moeilijker in cijfers uit te drukken. Zo sprak een vrouw over het gevoel dat lokale kennis, taal en ervaring binnen organisaties minder worden gewaardeerd dan kennis die uit Europees Nederland wordt meegenomen. Een tachtigjarige inwoner legt de nadruk juist op zeggenschap en het gevoel dat belangrijke beslissingen uiteindelijk elders worden genomen.

Cijfers kunnen dus een belangrijk deel van de discussie over tweederangsburgerschap onderbouwen. Ze laten zien hoeveel mensen in armoede leven, hoe inkomens zich ontwikkelen en wat er met prijzen gebeurt. Maar ze meten niet of iemand zich gehoord, gerespecteerd of gelijkwaardig behandeld voelt.

Daarmee blijft een volgende vraag over: als veel van de economische en sociale problemen al jaren bekend waren, waarom duurde het dan zo lang voordat wezenlijke veranderingen op gang kwamen? Daarover gaat het derde deel van deze serie.


223 keer gelezen

Deel dit artikel: