Gezaghebbers bespreken discriminatierapport en gevolgen van Haags beleid voor de eilanden

KRALENDIJK – De Gezaghebbers van Bonaire, Sint-Eustatius en Saba hebben maandag gesproken met het College voor de Rechten van de Mens en de voormalige Staatscommissie tegen discriminatie en racisme. Onderwerp was hoe discriminatie en landelijke wet- en regelgeving doorwerken in Caribisch Nederland.
Gezaghebbers John Soliano (Bonaire), Alida Francis (St. Eustatius) en Jocelyn Levenstone (Saba) woonden de bijeenkomst bij, samen met waarnemend Rijksvertegenwoordiger Jan Helmond. Zij spraken met professor Rick Lawson, voorzitter van het College voor de Rechten van de Mens, en dr. Joyce Sylvester, voorzitter van de voormalige Staatscommissie tegen discriminatie en racisme.
Sylvester presenteerde het eindrapport van de Staatscommissie, Discriminatie doorbreken, dat in juni verscheen. Het rapport onderzoekt hoe discriminatie kan doordringen in wetgeving, regelgeving, beleid en besluitvorming van de overheid. Ook bevat het aanbevelingen om gelijke behandeling te verbeteren in zowel Europees als Caribisch Nederland.
Het gesprek ging over wat de bevindingen betekenen voor Bonaire, Statia en Saba. Aan bod kwamen de toegankelijkheid en kwaliteit van publieke voorzieningen, de gevolgen van landelijke wetgeving en het vermogen van kleine eilandbesturen om steeds meer taken op zich te nemen.
Gezaghebber Alida Francis van Statia zei dat bij gelijke behandeling ook rekening moet worden gehouden met de omstandigheden waarin inwoners en eilandbesturen functioneren. Nationaal beleid kan volgens haar anders uitpakken wanneer het in de context van een klein eiland wordt toegepast.
De Gezaghebbers benadrukten dat landelijke wetten en beleid moeten worden gemaakt met voldoende begrip van de sociale, economische en bestuurlijke situatie op elk eiland. Ook wezen zij op de beperkte personele en institutionele capaciteit, terwijl de taken en verwachtingen toenemen.
Sinds 2026 geldt de gelijkebehandelingswetgeving ook op Bonaire, Statia en Saba. Inwoners zijn daardoor juridisch beter beschermd tegen discriminatie en kunnen klachten indienen bij het College voor de Rechten van de Mens.
Ook werd gesproken over hoe het College en andere landelijke instanties de eilanden kunnen ondersteunen bij het uitvoeren van de aanbevelingen van de Staatscommissie. De Gezaghebbers pleitten ervoor de eilandbesturen blijvend te betrekken, vooral in een vroeg stadium van de voorbereiding van wetten en beleid voor Caribisch Nederland.


































