Rechter rekent weggegooide belastingpost door huurders toe aan huiseigenaar

KRALENDIJK – Een man die in Nederland woont maar een woning op Bonaire bezit, heeft vergeefs geprobeerd een aanslag motorrijtuigenbelasting uit 2018 aan te vechten. Volgens het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba diende hij zijn bezwaar veel te laat in. Ook zijn verklaring dat huurders mogelijk belastingpost hadden weggegooid, helpt hem niet.
De zaak draait om een Suzuki Vitara waarvoor de man sinds mei 2017 houder was van een kentekenplaat. Voor het jaar 2018 kreeg hij een aanslag motorrijtuigenbelasting van 190 dollar, met als dagtekening 19 december 2018. Pas op 26 maart 2024 kwam hij officieel tegen die aanslag in bezwaar.
Volgens de Belastingwet BES moet binnen twee maanden na de dagtekening van een belastingaanslag bezwaar worden gemaakt. De man stelde dat hij al eerder bezwaar zou hebben gemaakt, maar kon tijdens de rechtszaak niet duidelijk maken wanneer dat precies zou zijn gebeurd. Zelfs wanneer zou worden uitgegaan van 23 november 2020, een datum die in de procedure werd genoemd, was het bezwaar nog altijd ruim 23 maanden te laat.
Post naar woning op Bonaire
De man voerde onder meer aan dat hij de oorspronkelijke aanslag niet had ontvangen, omdat de belastingdienst deze naar zijn woning op Bonaire zou hebben gestuurd in plaats van naar zijn woonadres in Nederland.
Het Gerecht ging daar niet in mee. Uit de stukken bleek namelijk dat hij het adres op Bonaire zelf nog langere tijd als correspondentieadres gebruikte. Ook in een bezwaarschrift uit 2020 stond naast zijn Nederlandse adres het adres op Bonaire vermeld. Zelfs op een verzendbewijs uit oktober 2025 stond het Bonairiaanse adres volgens het vonnis nog geregistreerd als adres voor officiële stukken.
Daarom kon volgens de rechter niet worden gezegd dat de belastingdienst ten onrechte de correspondentie naar Bonaire had gestuurd.
Huurders gooiden mogelijk post weg
Daarnaast verklaarde de man dat huurders van zijn woning op Bonaire regelmatig post zouden hebben weggegooid. Daardoor zou belastingpost hem mogelijk nooit hebben bereikt.
Ook dat argument wees het Gerecht af. Volgens de rechter ligt het bij de eigenaar zelf om ervoor te zorgen dat voor hem bestemde post hem daadwerkelijk bereikt. Als huurders de correspondentie hebben weggegooid, komen de gevolgen daarvan daarom voor zijn eigen rekening en risico.
Het bezwaar tegen de aanslag werd daarmee terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Aanslag ook inhoudelijk terecht
Het Gerecht keek bovendien naar de inhoudelijke kant van de zaak. Ook wanneer het bezwaar wel op tijd zou zijn geweest, zou de man volgens de rechter geen gelijk hebben gekregen.
Om de belastingplicht voor een voertuig te beëindigen, moet de houder daarvan volgens de regels melding doen en onder meer de kentekenplaten en een bewijs van beëindiging van de verzekering overleggen. Wanneer de kentekenplaten er niet meer zijn, moet op een andere manier worden aangetoond dat iemand geen houder van het voertuig meer is.
De man leverde volgens het Gerecht geen documenten aan waaruit bleek dat hij volgens die procedure het houderschap had beëindigd. Daarom was ook de aanslag zelf terecht opgelegd.


































