Betaalbare vluchten voor Saba en Statia kunnen Nederland miljoenen per jaar kosten

THE BOTTOM – Het betaalbaarder maken van de vliegverbindingen tussen Saba, Sint-Eustatius en Sint Maarten kan de Nederlandse overheid jaarlijks miljoenen kosten. Afhankelijk van de gekozen regeling lopen de geraamde kosten omgerekend uiteen van ongeveer 1,75 miljoen tot 8,75 miljoen dollar per jaar. Dat blijkt uit een nieuwe actualisatie van SEO Economisch Onderzoek, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Het onderzoek richt zich specifiek op de routes tussen Saba en Sint Maarten en tussen Sint-Eustatius en Sint Maarten. Volgens SEO zijn de omstandigheden op deze verbindingen nog altijd reden voor overheidsingrijpen. Het gaat om dunne routes met relatief weinig reizigers, terwijl een goede verbinding met Sint Maarten voor inwoners van beide eilanden noodzakelijk is.
Voor de actualisatie zijn recentere marktgegevens gebruikt en verschillende manieren onderzocht waarop de overheid de bereikbaarheid betaalbaarder kan maken.
Ticketprijzen verder gestegen
Hoewel het aantal vluchten en de beschikbare stoelcapaciteit in 2024 weer op het niveau van vóór de coronapandemie lagen, zijn de ticketprijzen verder gestegen. SEO komt uit op een stijging van ongeveer vijf tot tien procent.
Ook het aantal vervoerde passagiers nam toe, maar de bezettingsgraad bleef rond de 70 procent. Tegelijkertijd zijn de bedrijfskosten sterk gestegen. Dat komt onder meer door hogere lonen en brandstofkosten en door het grotere aantal vliegbewegingen. Volgens de onderzoekers zijn er op deze routes bovendien nauwelijks schaalvoordelen te behalen.
Winair is momenteel de enige luchtvaartmaatschappij die lijndiensten op beide routes uitvoert. De maatschappij vliegt met Twin Otters. Hoewel deze toestellen theoretisch plaats bieden aan negentien passagiers, biedt Winair in de praktijk zestien stoelen aan.
Tot ongeveer 245 dollar subsidie per retourticket
Uit een vergelijking met andere dunne luchtvaartroutes blijkt dat de huidige prijzen per gevlogen kilometer op de verbindingen met Saba en Sint-Eustatius relatief hoog liggen.
Om de kosten voor reizigers naar een vergelijkbaar niveau te brengen, zou voor Saba omgerekend een subsidie van ongeveer 140 tot 235 dollar per retourticket nodig zijn. Voor Sint-Eustatius gaat het om ongeveer 115 tot 245 dollar per retourticket. Het rapport zelf rekent deze bedragen in euro’s; de dollarbedragen zijn omgerekend.
Alleen inwoners subsidiëren scheelt miljoenen
SEO heeft zes verschillende scenario’s doorgerekend. Daarbij is gekeken naar verschillende subsidiebedragen, naar de vraag of alleen inwoners of ook andere reizigers ondersteuning krijgen en naar een mogelijk maximum op het aantal gesubsidieerde tickets.
Wanneer alleen inwoners van Saba en Sint-Eustatius subsidie krijgen, komen de jaarlijkse kosten omgerekend uit op ongeveer 2,3 tot 4,3 miljoen dollar.
Wordt de regeling verder beperkt tot maximaal drie gesubsidieerde tickets per persoon per jaar, dan dalen de kosten nog eens met omgerekend ongeveer 585.000 tot 1,17 miljoen dollar per jaar. Volgens SEO hoeft het grootste deel van de doelgroep daar geen nadeel van te ondervinden, zolang het maximum niet lager ligt dan het aantal reizen dat de meeste inwoners jaarlijks maken.
Gerichte steun aan inwoners is daarmee aanzienlijk goedkoper dan een regeling waarvan iedere reiziger gebruik kan maken. Een algemene subsidie zonder beperkingen zorgt voor een sterkere toename van de vraag, waardoor ook de rekening voor de overheid hoger wordt.
Alleen tickets subsidiëren kent risico’s
SEO waarschuwt dat het rechtstreeks subsidiëren van vliegtickets niet automatisch betekent dat de volledige tegemoetkoming bij de reiziger terechtkomt. Door de lagere kosten voor passagiers kan de vraag toenemen, waarna een luchtvaartmaatschappij de prijzen kan verhogen en zo een deel van de subsidie kan absorberen.
Daarnaast geeft een rechtstreekse ticketsubsidie de overheid geen mogelijkheid om voorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de vliegfrequentie of dienstregeling.
Een openbaredienstverplichting, beter bekend als een PSO, biedt die mogelijkheid wel. Daarmee kan de overheid voorwaarden stellen aan onder meer de minimale vliegfrequentie, dienstregeling en ticketprijzen. Ook een combinatie van een PSO en een gerichte tegemoetkoming voor inwoners behoort tot de mogelijkheden.
SEO spreekt in het onderzoek geen voorkeur uit voor één specifieke regeling. De berekeningen maken wel duidelijk dat het gericht ondersteunen van inwoners goedkoper is dan het subsidiëren van alle reizigers. Afhankelijk van de uiteindelijke keuzes zou Nederland omgerekend jaarlijks ongeveer 1,75 miljoen tot 8,75 miljoen dollar moeten uittrekken om de bereikbaarheid betaalbaarder te maken.

































