Korpschef na aanslag op auto politieagent Bonaire: ‘Je raakt niet alleen het korps maar het hele eiland’

· - leestijd 3 minuten
Korpschef Alwyn Braaf
Korpschef Alwyn Braaf Foto: Hans Hofstra

KRALENDIJK – De aanslag op de auto van een politieagent op Bonaire raakt volgens korpschef Alwyn Braaf veel meer dan alleen de politie. De beschieting op de auto in de nacht van vrijdag op zaterdag wordt zeer ernstig genomen. Tegelijkertijd ziet Braaf een breder probleem op het eiland: vuurwapengeweld houdt al langere tijd aan, inwoners zijn terughoudend om tegen verdachten te verklaren en eerdere pogingen om illegale wapens van straat te krijgen leverden op Bonaire nauwelijks resultaat op.


“Met zo’n aanslag raak je niet alleen het korps, maar het hele eiland en je hele democratische stelsel”, zegt Braaf in een exclusief interview met Bonaire.nu. Volgens de korpschef kan inmiddels voorzichtig worden gesproken over een situatie die dreigt te ontsporen. “Zonder te overdrijven denk ik dat we zeker op z’n zachtst kunnen zeggen dat het ontspoort.”

De politie houdt er rekening mee dat de beschieting verband kan houden met het werk van de agent en mogelijk een wraakactie is geweest. Braaf wil daar nog geen harde conclusie aan verbinden. Het rechercheteam onderzoekt meerdere scenario’s om tunnelvisie te voorkomen.

Angst om te verklaren

Een van de problemen bij zware geweldszaken op Bonaire is volgens Braaf dat getuigen steeds minder vaak openlijk een verklaring willen afleggen. Hij spreekt niet van een vast patroon, maar wel van een tendens die de politie al jaren ziet.

“Ik kom vanuit de recherchewereld en wij noemen dat de klassieke getuigen. Die heb je nauwelijks”, zegt Braaf. Volgens hem waren mensen vroeger vaker bereid om te vertellen wat zij hadden gezien en daar ook hun naam onder te zetten. “Maar in de afgelopen jaren komt dat heel weinig voor.”

Volgens de korpschef speelt angst daarbij een belangrijke rol. “Mensen voelen zich bedreigd, terwijl er geen strafrechtelijke bedreiging richting een persoon is. Maar die voelen zich gewoon niet veilig genoeg om hun verhaal te vertellen.”

De vrees dat bekend wordt wie met de politie heeft gesproken en dat daarop wraak volgt, speelt daarbij zichtbaar mee. Braaf noemt dat “heel plat gezegd” het sentiment dat leeft.

Anoniem verklaren kan in bepaalde gevallen een oplossing zijn, maar dat heeft volgens Braaf ook nadelen. Voor justitie is een getuige die onder eigen naam verklaart sterker, omdat de verdediging de betrouwbaarheid van die verklaring moet kunnen toetsen. Bij ernstige dreiging bestaan er speciale trajecten voor bedreigde getuigen.

Slechts twee wapens ingeleverd op Bonaire

Ook eerdere pogingen om illegale vuurwapens van straat te krijgen hebben op Bonaire nauwelijks effect gehad. Tijdens een regionale inlevercampagne werden op de Caribische eilanden gezamenlijk ongeveer 110 vuurwapens ingeleverd. Op Bonaire waren dat er slechts twee.

“Ieder eiland heeft een eigen invulling gegeven aan de campagne”, zegt Braaf. Op Bonaire konden wapens anoniem worden ingeleverd. Mensen hoefden daarbij niets te overleggen. Op Curaçao werd juist gekozen voor identificatie in combinatie met een financiële beloning van 750 gulden per ingeleverd vuurwapen.

Die aanpak lijkt volgens Braaf beter te hebben gewerkt. Hij geeft als voorbeeld dat familieleden daar wapens van huisgenoten naar het Openbaar Ministerie brachten om ze van straat te krijgen. “Dat is een strategie die zij gebruikt hebben en waarvan je ziet: dat heeft wel geholpen.” Volgens hem is dat een aanpak waar in de toekomst ook naar gekeken kan worden.

De korpschef benadrukt dat de politie het probleem niet alleen kan oplossen. Ook douane, kustwacht en andere ketenpartners zijn nodig om de aanvoer en verspreiding van vuurwapens tegen te gaan.

Geweld houdt al jaren aan

Het vuurwapengeweld op Bonaire houdt volgens Braaf inmiddels ongeveer tweeënhalf jaar aan. Aanvankelijk hoopte de politie nog dat het om tijdelijke pieken ging, maar een duidelijke daling blijft uit.

“Wij hadden de stille hoop dat het af en toe een piek is en dan gaat hij weer omlaag. Maar tot nu toe is die omlaag niet te herkennen”, zegt Braaf. Het opsporen van vuurwapens en de netwerken daaromheen is daarom een prioriteit voor zowel de politie als het Openbaar Ministerie.

Daarbij wordt ook samengewerkt met andere eilanden en landen in de regio. Volgens Braaf komen vuurwapens via verschillende routes het Caribisch gebied binnen en kan niet worden gesteld dat ze uitsluitend vanuit één land worden aangevoerd.

Straffen niet altijd bevredigend

De vraag is ook in hoeverre straffen voor vuurwapenbezit voldoende afschrikken. Afgelopen week veroordeelde het Gemeenschappelijk Hof van Justitie D.T. tot 21 maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk, voor het samen met een ander voorhanden hebben van een vuurwapen. Van die straf zijn achttien maanden onvoorwaardelijk. Voorwaardelijke invrijheidstelling kan op Bonaire in beginsel na twee derde van dat deel aan de orde zijn.

Tijdens het gesprek met Braaf kwam die zaak ter sprake. Hem werd gevraagd of dergelijke straffen zwaar genoeg zijn, zeker wanneer veroordeelden mogelijk al na ongeveer twaalf maanden voorwaardelijk kunnen vrijkomen.

Braaf houdt zich daar terughoudend over. “Onze straffen zijn onze straffen. Soms kan ik me volledig verenigen met wat de rechters uitspreken.”

Maar dat geldt volgens hem niet altijd. “Af en toe heb ik ook het gevoel van: hmm.” Tegelijkertijd wijst hij erop dat rechters ook rekening houden met persoonlijke omstandigheden en de kans op herhaling. “Ik ben ook van: mensen moeten ook een tweede kans in hun leven kunnen krijgen.”

Politie laat zich niet intimideren

Ondanks de aanslag op de auto van een collega zegt Braaf dat de politie zich niet laat intimideren. Volgens hem heeft de beschieting juist het tegenovergestelde effect.

“We zijn nog gemotiveerder om de leefbaarheid en veiligheid te behouden en te vergroten”, zegt hij. “Er is hier geen ruimte voor dit soort taferelen.”

Het onderzoek naar de beschieting loopt nog. Braaf krijgt naar eigen zeggen slechts beknopte updates en laat het onderzoeksteam verder zelfstandig zijn werk doen.


197 keer gelezen

Deel dit artikel: