Statia verdedigt instelling CROG en spreekt beschuldigingen tegen

KRALENDIJK – Voormalig gedeputeerde Joselito Statia heeft in een uitgebreide verklaring gereageerd op de kritiek die de afgelopen weken is ontstaan over de instelling van de Commissie Ruimtelijke Ontwikkeling en Grondzaken (CROG). Volgens Statia was de instelling van de commissie volledig rechtmatig en viel deze binnen de bevoegdheden van het Bestuurscollege.
Statia legde op 29 juni 2026 zijn functie als gedeputeerde neer. Sindsdien circuleren volgens hem verschillende verklaringen over de reden van zijn vertrek. Aanvankelijk zou sprake zijn geweest van onvoldoende communicatie met de coalitie, terwijl later de instelling van de CROG als aanleiding werd genoemd. Volgens de oud-gedeputeerde zijn deze verklaringen tegenstrijdig.
In zijn verklaring stelt Statia dat de discussie over de CROG draait om het onderscheid tussen politieke besluitvorming en bestuurlijke uitvoering. Volgens hem bepaalt de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba (WOLBES) dat het Bestuurscollege bevoegd is om commissies in te stellen. Daarvoor is volgens hem geen voorafgaande goedkeuring van de coalitie of de Eilandsraad nodig.
Statia benadrukt dat de commissie uitsluitend een adviserende rol heeft. De CROG zou geen zelfstandige bestuursbevoegdheden hebben, geen bindende besluiten kunnen nemen en het Openbaar Lichaam Bonaire niet financieel kunnen verplichten. Volgens hem is de commissie ingesteld vanwege tijdelijke onderbezetting bij de Directie Ruimte en Ontwikkeling en de grote hoeveelheid complexe dossiers, waaronder bouwprojecten die al langere tijd stilliggen.
Ook reageert hij op kritiek over mogelijke overeenkomsten van opdracht (OvO’s). Volgens Statia kan de commissie zelf geen contracten afsluiten of budgetten toekennen. De in het instellingsbesluit genoemde maximale tarieven zijn volgens hem uitsluitend bedoeld als financiële begrenzing voor het geval externe deskundigheid noodzakelijk is.
Verder wijst Statia erop dat het vergelijken van uurtarieven van externe deskundigen met salarissen van ambtenaren volgens hem geen eerlijk beeld geeft, omdat een extern tarief ook kosten zoals verzekeringen, pensioen en huisvesting omvat.


































