
KRALENDIJK - Het Gerecht in Eerste Aanleg van Bonaire heeft een kort geding afgewezen van een man die stelt dat hij in 2005 een erfpachtrecht op een perceel op Bonaire heeft gekocht. De man wilde dat bouwwerkzaamheden op het perceel werden stilgelegd en dat hij toegang tot het terrein zou krijgen.
Volgens de eiser kocht hij het erfpachtrecht in juni 2005. Hij begon in 2006 met de bouw van een woning op het perceel, maar het gebouw is volgens het vonnis tot op heden niet wind- en waterdicht. Het erfpachtrecht staat volgens het Kadaster nog altijd op naam van de oorspronkelijke erfpachter.
Die verkocht het erfpachtrecht in augustus 2025 voor 110.000 dollar aan een andere partij. Begin 2026 zijn vervolgens bouwwerkzaamheden op het perceel gestart. De eiser stapte daarop naar de rechter.
Het gerecht vindt onvoldoende aannemelijk dat in 2005 daadwerkelijk een koopovereenkomst over het erfpachtrecht is gesloten. Er is geen schriftelijke overeenkomst. De eiser had in 2005 en 2007 wel bedragen van respectievelijk 2.200 en 5.000 gulden overgemaakt aan de echtgenote van de oorspronkelijke erfpachter, maar volgens de rechter blijkt nergens uit dat deze betalingen voor de aankoop van het erfpachtrecht waren bedoeld.
Ook het feit dat de eiser op het perceel is gaan bouwen, is volgens de rechter onvoldoende bewijs. De oorspronkelijke erfpachter verklaarde dat de eiser op eigen kosten mocht bouwen om te voorkomen dat het Eilandgebied het erfpachtrecht zou beëindigen. Wat er na afronding van de werkzaamheden met het erfpachtrecht zou gebeuren, zou later worden bekeken.
Daarnaast wijst de rechter erop dat inmiddels 21 jaar zijn verstreken sinds de vermeende koop. Nog altijd is niet voldaan aan de voorwaarde dat een wind- en waterdicht gebouw op het perceel staat. Daarmee is volgens het gerecht onvoldoende aannemelijk dat de bodemrechter de eiser uiteindelijk in het gelijk zal stellen.
Omdat het erfpachtrecht voorlopig als eigendom van de oorspronkelijke erfpachter wordt beschouwd, mocht deze volgens de kortgedingrechter toestemming geven voor de bouwwerkzaamheden. De vorderingen om de bouw stil te leggen en de eiser toegang tot het perceel te geven, zijn daarom afgewezen.
De zaak is daarmee nog niet definitief voorbij. In een aparte bodemprocedure vordert de eiser alsnog nakoming van de vermeende koopovereenkomst uit 2005 en levering van het erfpachtrecht. Die procedure staat op 30 september 2026 voor behandeling.



































