Rapport: Nederland moet meer verantwoordelijkheid nemen voor monumenten op Bonaire, Saba en Statia

· - leestijd 1 minuut
Voorblad Ecorys Rapport
Voorblad Ecorys Rapport

DEN HAAG/KRALENDIJK – De bescherming van cultureel erfgoed en monumenten op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba functioneert onvoldoende en Nederland moet serieus overwegen om een groter deel van die verantwoordelijkheid naar zich toe te trekken. Dat staat in een evaluatie van de Monumentenwet BES, uitgevoerd door onderzoeksbureau Ecorys in opdracht van het ministerie van OCW.


De onderzoekers stellen daarbij expliciet de vraag of erfgoedzorg in Caribisch Nederland niet deels een rijksaangelegenheid moet worden.

Dat is bestuurlijk en juridisch opvallend, omdat monumenten- en erfgoedzorg nu vooral een lokale taak is van de openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba.

Geld, capaciteit en uitvoering

De onderzoekers concluderen echter dat de huidige structuur in de praktijk onvoldoende werkt door gebrek aan capaciteit, geld en uitvoering. Monumentenraden functioneren nauwelijks of helemaal niet, registers zijn verouderd en beschermde gebouwen verkeren soms in slechte staat.

Volgens het rapport ontstaat daardoor een fundamentele vraag: wie is uiteindelijk verantwoordelijk voor het beschermen van cultureel erfgoed in Caribisch Nederland? De onderzoekers wijzen erop dat Nederland internationale verdragen heeft ondertekend over erfgoedbescherming. Daardoor rust volgens hen ook een verantwoordelijkheid op het Koninkrijk zelf.

Met een “rijksaangelegenheid” wordt bedoeld dat Den Haag rechtstreeks meer bevoegdheden en verantwoordelijkheid krijgt. Binnen het Koninkrijk zijn bijvoorbeeld defensie, nationaliteit en buitenlandse zaken al rijksaangelegenheden. De onderzoekers suggereren nu dat delen van het erfgoedbeleid mogelijk ook meer onder die gezamenlijke Koninkrijksverantwoordelijkheid zouden moeten vallen.

Dat betekent niet automatisch dat Nederland alle monumenten- en erfgoedzorg op Bonaire, Saba en Statia gaat overnemen. Wel wordt voorgesteld te onderzoeken of delen van de Nederlandse Erfgoedwet ook van toepassing kunnen worden verklaard op Caribisch Nederland.

Dat zou grote gevolgen kunnen hebben. De BES-eilanden zouden dan mogelijk toegang krijgen tot Nederlandse subsidieregelingen, restauratiefondsen en specialistische ondersteuning die nu vooral voor Europees Nederland beschikbaar zijn. Tegelijk zou Den Haag dan waarschijnlijk ook meer invloed krijgen op vergunningen, restauratiebeleid en bescherming van monumentale panden en cultureel erfgoed.

Verschillen per eiland

De evaluatie laat zien dat de situatie per eiland sterk verschilt. Bonaire heeft officieel 25 beschermde monumenten en honderden beschermingswaardige panden, maar de uitvoering van het beleid ligt volgens het rapport grotendeels stil. Op Saba bestaan nog helemaal geen officieel beschermde monumenten. Op Sint Eustatius is zelfs onduidelijk hoeveel monumenten formeel beschermd zijn.

De onderzoekers plaatsen bovendien vraagtekens bij de manier waarop Nederland vaak spreekt over “de BES-eilanden” als één groep. Volgens het rapport verschillen Bonaire, Saba en Sint Eustatius cultureel, geografisch en bestuurlijk sterk van elkaar. Daardoor werkt een uniforme aanpak niet altijd goed.


200 keer gelezen

Deel dit artikel: