Je werkt, je bent tevreden – maar arm: zo scoort Caribisch Nederland in nieuw SDG-rapport

DEN HAAG/KRALENDIJK – Ondanks een hoge arbeidsparticipatie en een relatief grote tevredenheid over het leven, blijven armoede, inkomensverschillen en gebrekkige toegang tot vervolgonderwijs grote problemen op Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Dat staat in de Tiende Nationale SDG-Rapportage van de Nederlandse overheid over brede welvaart en duurzame ontwikkeling.
Volgens het rapport liggen de inkomens in Caribisch Nederland aanzienlijk lager dan in Europees Nederland. Het Centraal Bureau voor de Statistiek constateert dat de inkomensniveaus op de eilanden tussen de 58 en 72 procent liggen van het besteedbaar inkomen in Europees Nederland. Tegelijk spreekt de rapportage van een “relatief hoge armoede” op de eilanden.
De overheid wijst daarnaast op structurele kwetsbaarheden van kleine eilandgemeenschappen. In het rapport staat dat klimaatverandering, zeespiegelstijging, hevige regenval en overstromingen steeds grotere risico’s vormen voor Caribisch Nederland. Volgens de opstellers is extra aandacht nodig voor “context-specifieke risico’s voor kleine eilandstaten”.
Beleid en besluitvorming
Ook wordt erkend dat inwoners van het Caribisch deel van het Koninkrijk beter betrokken moeten worden bij beleid en besluitvorming. De rapportage benadrukt dat duurzame ontwikkeling alleen mogelijk is wanneer zowel inwoners van Europees Nederland als van het Caribisch gebied op gelijke wijze worden meegenomen in de besluitvorming.
Uit de SDG-monitor blijkt verder dat op verschillende duurzame ontwikkelingsdoelen in Caribisch Nederland weinig vooruitgang zichtbaar is. Vooral op het gebied van armoedebestrijding, ongelijkheid en sterke instituties blijven de resultaten achter. Tegelijkertijd noemt het rapport positieve ontwikkelingen, zoals een hoge arbeidsparticipatie en relatief hoge levenstevredenheid.
De Nationale SDG-Rapportage vormt de voorbereiding op de zogenoemde Vrijwillige Nationale Review die het Koninkrijk der Nederlanden in 2027 bij de Verenigde Naties presenteert. Daarin moet worden verantwoord hoe Nederland en de Caribische delen van het Koninkrijk werken aan de duurzame ontwikkelingsdoelen voor 2030.


































