Screening justitiepersoneel schiet tekort

· - leestijd 1 minuut
Afbeelding

KRALENDIJK – De screening van justitiepersoneel in Caribisch Nederland schiet tekort en brengt aanzienlijke integriteitsrisico’s met zich mee. Dat concludeert de Raad voor de rechtshandhaving na onderzoek naar de manier waarop het Openbaar Ministerie BES, het Korps Politie Caribisch Nederland (KPCN), de Justitiële Inrichting Caribisch Nederland (JICN), de Voogdijraad Caribisch Nederland (VRCN) en de Stichting Reclassering Caribisch Nederland (SRCN) toekomstig en zittend personeel doorlichten.


Medewerkers beginnen soms al zonder VOG

Volgens de Raad komt het voor dat medewerkers al met hun werkzaamheden starten voordat hun verklaring omtrent het gedrag (VOG, het bewijs van goed gedrag dat nodig is voor een aanstelling) is verstrekt. Daardoor kunnen mensen zonder afgeronde screening al toegang krijgen tot vertrouwelijke informatie. Ook worden politiegegevens bij de beoordeling van een VOG in de praktijk niet meegewogen, terwijl dat volgens de wet onder voorwaarden wel mag.

Zwaardere screening ontbreekt

In Europees Nederland geldt sinds tweeduizend tweeëntwintig voor bepaalde functies binnen justitieorganisaties een zwaardere screening, de zogeheten VOG politiegegevens (VOG-P). Voor Caribisch Nederland bestaat een vergelijkbare variant nog altijd niet.

Ook voor het KPCN ontbreekt een uitgewerkt kader. Een ministeriële regeling die de zogenoemde betrouwbaarheidsonderzoeken voor politiepersoneel moet regelen, is er na vijftien jaar nog steeds niet. De Raad noemt dit een nalatigheid van de minister van Justitie en Veiligheid, die tevens korpsbeheerder is van het KPCN. Daardoor heeft het bestaand politiepersoneel dit onderzoek nog niet ondergaan; bij nieuwe medewerkers is hiermee sinds kort wel begonnen.

Centrale regie ontbreekt

De Raad concludeert verder dat centrale regie op de screening van justitiepersoneel ontbreekt. Betrokken organisaties onderschrijven het belang ervan, maar in de praktijk is onvoldoende duidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is. De Raad roept de minister van Justitie en Veiligheid op hierin de regie te nemen en met alle betrokken partijen duidelijke, bindende afspraken te maken.

De Raad zal de opvolging van zijn aanbevelingen nauwgezet volgen en laat zich over een half jaar informeren over de voortgang.

Lees het rapport hier


175 keer gelezen

Deel dit artikel: