Rechter op Bonaire wijst tonnenclaim architect af: slechts 3.080 dollar toegewezen

KRALENDIJK - Een projectmanager die op Bonaire ook architectuurwerk verrichtte voor een stichting, krijgt slechts een fractie van de bijna 183.000 dollar die zij claimde. Dat blijkt uit een uitspraak van het Gerecht in Eerste Aanleg van Bonaire, Sint-Eustatius en Saba.
De zaak draaide om een conflict tussen een Bonairiaanse stichting en een besloten vennootschap die sinds 2022 als projectmanager betrokken was bij meerdere projecten van de stichting. Volgens het bedrijf waren er naast de bestaande begeleidingsovereenkomst ook aparte afspraken gemaakt over ontwerpwerkzaamheden voor twee bouwprojecten. Op basis daarvan stuurde het bedrijf eind 2023 twee forse facturen: één van ruim 62.000 dollar en één van meer dan 120.000 dollar.
De stichting weigerde echter te betalen en stelde dat nooit officiële aanvullende overeenkomsten waren gesloten. De rechter gaf de stichting daarin grotendeels gelijk. Volgens het vonnis was alleen de voorzitter van de raad van bestuur bevoegd om nieuwe contracten namens de stichting te ondertekenen. Van ondertekende ontwerpcontracten bleek geen sprake.
Het bedrijf voerde aan dat de stichting wel degelijk de indruk had gewekt akkoord te zijn gegaan met de ontwerpwerkzaamheden. Zo zouden offertes zijn besproken en zou een manager intern hebben aangegeven dat de facturen betaald moesten worden. Toch oordeelde de rechter dat het bedrijf wist hoe de besluitvorming binnen de stichting werkte en daarom niet mocht vertrouwen op toezeggingen van een manager zonder tekenbevoegdheid.
Wel kreeg het bedrijf deels gelijk op een ander punt. De stichting had namelijk ontwerptekeningen voor één van de projecten gebruikt op een groot reclamebord langs de openbare weg. Daarmee was de stichting volgens derechter “ongerechtvaardigd verrijkt”. Omdat het ontwerp daadwerkelijk was benut zonder daarvoor te betalen, kende het gerecht alsnog een schadevergoeding toe.
Die vergoeding viel echter veel lager uit dan geëist. Op basis van een deskundigenrapport schatte de rechter dat ongeveer 44 uur aan ontwerparbeid was verricht. Tegen het afgesproken uurtarief van 70 dollar resulteerde dat in een vergoeding van 3.080 dollar.

































