Rechter: Selibon hoefde oud-medewerker geen vast contract te geven na coronaproject

KRALENDIJK - Een voormalig medewerker van Selibon heeft geen recht op een vast dienstverband of achterstallig loon na afloop van drie tijdelijke contracten binnen het coronaproject “Brug pa oportunidat”. Dat heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Bonaire, Sint-Eustatius en Saba bepaald.
De werknemer trad in juli 2021 in dienst bij Selibon als allround medewerker binnen het project “Brug pa oportunidat”, een initiatief van het Openbaar Lichaam Bonaire om werkgelegenheid te creëren voor mensen die tijdens de coronapandemie hun baan verloren. De deelnemers verrichtten onder meer schoonmaak- en onderhoudswerkzaamheden in verschillende wijken op het eiland.
De werknemer kreeg drie opeenvolgende contracten van telkens zes maanden. Volgens hem was daarna automatisch een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaan. Hij stelde dat hij begin januari 2023 nog werkzaamheden uitvoerde bij Selibon en verwees daarnaast naar een gesprek met de toenmalige directeur van het bedrijf tijdens een toevallige ontmoeting in een supermarkt. Daarbij zou hem zijn verteld dat er nog voldoende werk beschikbaar was.
De rechter ging daar niet in mee. Volgens het gerecht was voor de werknemer duidelijk dat zijn laatste werkdag op 31 december 2022 lag. Dat stond expliciet in zijn laatste arbeidsovereenkomst en ook in een verklaring die hij kort voor afloop van het project had ondertekend.
Daarnaast wees de rechter erop dat binnen het project slechts een deel van de deelnemers uiteindelijk een vast contract kreeg aangeboden. Werknemers die niet werden geselecteerd, kregen een re-integratietraject aangeboden om elders werk te vinden. Ook de werknemer in deze zaak had aan dat traject deelgenomen.
Volgens het gerecht kon de werknemer aan het gesprek in de supermarkt niet de betekenis toekennen dat hem daarmee een nieuw arbeidscontract werd aangeboden. De opmerking van de directeur moest eerder worden gezien als een uitnodiging om opnieuw te solliciteren.
Ook het feit dat de werknemer begin januari 2023 nog enkele dagen aanwezig was op de werkvloer van Selibon betekende volgens de rechter niet dat zijn tijdelijke contract stilzwijgend was verlengd. Het bedrijf had gemotiveerd aangevoerd dat hij geen officiële werkzaamheden meer verrichtte en uiteindelijk van het terrein werd weggestuurd.
Het gerecht concludeerde daarom dat geen vierde arbeidsovereenkomst was ontstaan en dat er dus ook geen vast dienstverband tot stand was gekomen. De loonvordering van de werknemer werd afgewezen.



































