
Door Arjen de Wolff
Voor de objectieve buitenstaander klinkt het ongeloofwaardig, maar de eilandsraad van Bonaire bestaat, sinds het vertrek van raadslid Salma Serberie uit de PDB-fractie, uit maar liefst zes fracties.
U hoort het goed: in een raad van 9 zetels zijn op dit moment 6 fracties vertegenwoordigd, waarvan 2 onafhankelijk: de groep-Vrolijk en de groep Serberie- scheidden zich gaandeweg af van de fractie waarin zij waren verkozen - MPB en PDB - maar zij leverden hun zetel niet in en gingen onafhankelijk door.
Wettelijk is daar niets op tegen: raadsleden worden weliswaar gekozen op een partijlijst, maar zodra zij hun benoeming hebben aanvaard en zitting hebben genomen, bepalen zij zelf onder welke vlag zij optreden: hun oorsponkelijke fractie, onafhankelijk of door aansluiting bij een andere fractie.
Het vertrek van Serberie uit de fractie-Demokrat kwam onverwacht en zorgde voor chaos, al bleven Gedeputeerden Clark Abraham en Anthony Weber rustig doorwerken: zij houden zich ver van de “politikeria”.
Maar staatkundig onontkoombaar is dat de toch al flinterdunne meerderheid van de zittende coalitie (PDB, M21 en de groep-Vrolijk) van 5 naar 4 zetels daalde en daarbij haar marginale meerderheid verloor.
In ons staatsrecht geldt dat een bestuurscollege geacht wordt het vertrouwen te hebben van de eilandsraad, totdat het tegendeel is bewezen, bijvoorbeeld door de aanvaarding van een motie van wantrouwen - al zijn er ook andere middelen.
Tot die tijd kent Bonaire dus een minderheidscoalitie, net zoals straks Den Haag. Dat hoeft op zich geen probleem te vormen; veel landen en lokale bestuursorganen worden bestuurd door een minderheid.
Het betekent wel harder werken voor de fracties die de minderheidcoalitie dragen, net als voor hun gedeputeerden: meerderheden kunnen nu rechts of links worden gezocht. Dat vereist meer afstemming, overleg en compromis: geen kwaliteiten waarin het het lokale bestuur uitblinkt.
Verwonderlijk is wel dat UPB - nu ineens met 3 zetels de grootste fractie - enorme moeite lijkt te hebben met het bij elkaar brengen van een nieuwe meerderheidscoalitie. Met de verkiezingen van maart 2027 al in het vizier is deelname aan het Bestuurscollege veruit de meest begeerlijke toestand -in de lokale politiek is oppositie de electorale woestijn.
Volgens de fracties die met elkaar in gesprek zijn is niet de inhoudelijke bestuursvisie het probleem, maar vormt de verdeling van gedeputeerden het grote struikelblok. Bonaire heeft drie gedeputeerden - dat aantal ligt vast in de wet.
Op zichzelf is dat raar, zeker in vergelijking met de lagere overheden in Europees Nederland. Een vast –bescheiden- aantal gedeputeerden bemoeilijkt coalitievorming, zeker wanneer daar meer dan twee fracties bij zijn betrokken.
Maar er lijkt meer aan de hand. Zoals PDB jaren geleden zijn eigen interne strubbelingen kende - wie herinnert zich niet de agressieve Robbie Beukenboom die in Pasangrahan een stoel gooide naar zijn partijgenoot Clark Abraham - lijkt nu UPB uit twee kampen te bestaan – en twee van de drie raadsleden zijn geen UPB-ers pur sang. Het groene bloed vloeit niet door hun aderen - zij kwamen zeer recent voor de laatste verkiezingen van buiten en kregen meteen een verkiesbare plaats.
Campagne voeren is niet hetzelfde als besturen - de parachutesprong naar de top van de lijst heeft UPB waarschijnlijk 3 in plaats van 2 zetels opgeleverd; maar de twee zijn niet geintegreerd in de UPB-cultuur. Dat is lastig bij coalitievorming.
Bovendien lijkt UPB een belangrijke les vergeten: je kan wel de grootste fractie hebben, maar daarmee heb je nog lang geen geen meerderheid van 5 zetels.
Het zijn van de grootste partij in ons systeem is een last: het dwingt altijd tot grote concessies aan coalitiepartners.
UPB lijkt die les niet te hebben geleerd en schiet zich daarmee in eigen voet.
Arjen de Wolff is voormalig (wnd) eilandsgriffier van het Openbaar Lichaam Bonaire en werkte uit hoofde daarvan nauw samen met de fracties in de eilandsraad van het eiland.






























