
DEN HAAG -Het Nederlandse kabinet ziet geen aanwijzingen dat de rechter in de klimaatzaak van Greenpeace over Bonaire partijdig of vooringenomen heeft gehandeld. Dat blijkt uit antwoorden van minister Stientje van Veldhoven-van der Meer op Kamervragen van BBB-Kamerlid Henk Vermeer over de onafhankelijkheid van de rechtbank Den Haag.
De vragen volgden op kritiek vanuit de BBB op de uitspraak van de rechtbank Den Haag in de zogenoemde Klimaatzaak Bonaire. Daarbij stelde de rechtbank dat Nederland meer moet doen om Bonaire te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering en de aantasting van koraalriffen.
Vraagtekens
Vermeer zette vraagtekens bij de wetenschappelijke onderbouwing van de uitspraak en beschuldigde de rechter ervan klimaatscenario’s verkeerd te interpreteren. Ook wees hij op uitingen van de betrokken rechter op sociale media over klimaat en geopolitiek.
Het kabinet gaat daar niet in mee. Volgens de regering heeft de rechtbank juist verschillende mogelijke klimaatscenario’s beschreven en expliciet gewezen op onzekerheden rond zeespiegelstijging.
Het kabinet benadrukt daarnaast dat rechters, net als andere burgers, vrijheid van meningsuiting hebben. Daarbij wordt verwezen naar gedragscodes binnen de rechtspraak en de mogelijkheid om een rechter te wraken als sprake zou zijn van twijfel over onpartijdigheid. Volgens het kabinet zag de Staat in deze zaak geen aanleiding om zo’n wrakingsverzoek in te dienen.
Hoger beroep
Tegelijk bevestigt de regering opnieuw dat Nederland in hoger beroep gaat tegen de uitspraak in de klimaatzaak. De juridische argumenten daarvoor worden nog uitgewerkt.
In de beantwoording wijst het kabinet verder op bestaande maatregelen op Bonaire om verdere aantasting van koraal tegen te gaan. Daarbij noemt de regering onder meer koraalherstelprojecten, verbetering van afvalwaterbeheer, bestrijding van sargassum en maatregelen tegen loslopend vee om sedimentstromen richting zee te beperken.



































