Achter de koraalcijfers van Bonaire: “We hebben het rif zo objectief mogelijk gemeten”

· - leestijd 3 minuten
Afbeelding

KRALENDIJK – Hoe kom je tot de conclusie dat nog minder dan 10 procent van de oorspronkelijke levende koraalbedekking rond Bonaire resteert? Volgens koraalonderzoeker Erik Meesters van Wageningen University & Research (WUR) is die schatting gebaseerd op de meest uitgebreide rifmonitoring die ooit op Bonaire is uitgevoerd. Aan Bonaire.nu legt hij uit hoe de onderzoekers tot die conclusie zijn gekomen.


De afgelopen dagen ontstond discussie nadat de NOS meldde dat nog maar ongeveer 5 procent van de zeebodem rond Bonaire met levend koraal is bedekt. In een eerder verschenen artikel in het vakblad De Levende Natuur werden die percentages nog niet genoemd.

Volgens Meesters is dat eenvoudig te verklaren.

"Tijdens het schrijven van het stuk voor De Levende Natuur hadden we de verzamelde gegevens van 2025 nog niet geverifieerd. Wel was er overduidelijk sprake van een grote achteruitgang. Bovendien ging het artikel niet alleen over koraal. Daarom hebben we daarin geen percentages genoemd."

Historische vergelijking

Volgens Meesters laten meerdere wetenschappelijke publicaties zien dat de levende koraalbedekking op Bonaire in de jaren zeventig tussen de 60 en 70 procent lag. De recente schatting dat minder dan 10 procent daarvan resteert, is gebaseerd op de nieuwste metingen uit 2025.

Hij benadrukt dat het gaat om een wetenschappelijke schatting en niet om een volledige telling van het rif.

"We hebben natuurlijk niet elke vierkante centimeter van het rif afgezocht."

In plaats daarvan voerden onderzoekers metingen uit op 115 locaties die ongeveer 500 meter uit elkaar liggen langs de lijzijde van Bonaire. Op iedere locatie werd onderzoek gedaan op twee dieptes, 5 en 10 meter, waarbij op vaste transecten de bedekking van onder meer koralen en algen werd vastgelegd. De locaties vormen samen volgens Meesters de meest geografisch verspreide inventarisatie van het rif die ooit op Bonaire is uitgevoerd.

De nieuwe schatting heeft betrekking op de riffen aan de lijzijde (westkust) van Bonaire. Daar liggen de 115 vaste meetlocaties die sinds 2014 regelmatig worden onderzocht om veranderingen in de koraalriffen in kaart te brengen. De oostkust is niet in deze monitoringsronde meegenomen.

Grote verschillen tussen locaties

De onderzoeker benadrukt dat de situatie sterk verschilt per locatie.

"Natuurlijk zijn er plekken waar de koraalbedekking hoger is, maar dat zijn tegenwoordig eerder uitzonderingen."

Volgens hem laten de gegevens zien dat veel meetlocaties inmiddels helemaal geen levend koraal meer bevatten, terwijl de meeste andere locaties slechts een lage bedekking hebben. Slechts een klein aantal locaties heeft nog een relatief hoge koraalbedekking.

De hoogste gemeten waarde tijdens de inventarisatie bedroeg ongeveer 70 procent. Dat laat volgens Meesters zien dat gezonde riffen lokaal nog bestaan, maar dat deze niet langer representatief zijn voor het gemiddelde beeld van Bonaire.

Waarom de meetmethode belangrijk is

Volgens Meesters is de manier waarop de metingen worden uitgevoerd minstens zo belangrijk als de uitkomst zelf.

Op iedere meetlocatie laten de onderzoekers een boei zakken op tien meter diepte. Vanaf dat vaste punt wordt een meetlint parallel aan de rifrand uitgerold. Daardoor wordt voorkomen dat onderzoekers vooraf onbewust kiezen voor riffen die er nog goed uitzien.

Juist die willekeurige selectie maakt volgens hem de resultaten representatief voor het hele rif.

Hij verwijst daarbij naar onderzoeken waarbij de meetlocaties juist op relatief gezonde riffen werden gekozen. Zulke onderzoeken geven volgens hem een goed beeld van die specifieke locaties, maar niet van de gemiddelde toestand van het rif rond Bonaire.

"Het is extreem belangrijk dat je zoveel mogelijk willekeurig je transecten neerlegt om een goede schatting van de koraalbedekking te krijgen."

Gemiddelden blijven schattingen

De exacte uitkomst hangt volgens Meesters af van het statistische model dat wordt gebruikt om de honderden afzonderlijke metingen te verwerken. Verschillende modellen kunnen leiden tot kleine verschillen in het berekende gemiddelde.

Ook maakt het verschil of alleen de ondiepe riffen worden bekeken of het gemiddelde van 5 en 10 meter diepte wordt genomen. Op 5 meter diepte is de gemiddelde levende koraalbedekking lager dan op 10 meter. Voor een beschrijving van het volledige rifplateau kiest WUR ervoor beide dieptes samen te nemen.

Meesters benadrukt dat de uiteindelijke wetenschappelijke publicatie nog tot kleine aanpassingen in de percentages kan leiden, maar verwacht geen grote verschillen. De algemene conclusie verandert daardoor niet: de levende koraalbedekking rond Bonaire is de afgelopen decennia sterk afgenomen.

STINAPA reageert op problematiek

Ondertussen klinkt ook vanuit STINAPA de oproep om snel maatregelen te nemen. Directeur Melissa van Hoorn stelt dat de koraalriffen in een alarmerend tempo verdwijnen en wijst erosie en gebrekkig waterbeheer aan als twee van de grootste bedreigingen. Volgens haar is het tijd voor uitvoering in plaats van nieuwe onderzoeken of beleidsstukken. In een recente opiniebijdrage in de Volkskrant schreef zij dat Bonaire behoefte heeft aan concrete maatregelen, structurele financiering en daadkrachtig waterbeheer, niet aan opnieuw uitstel.


296 keer gelezen

Deel dit artikel: