Terug naar Bonaire met Julio Martis: “Amsterdam was mijn leven, maar Bonaire bleef in mijn hart”

· - leestijd 3 minuten Terug naar Bonaire
Julio Martis is nu werkzaam bij The Bucket op Bonaire.
Julio Martis is nu werkzaam bij The Bucket op Bonaire.

KRALENDIJK – In onze rubriek ‘Terug naar Bonaire’ volgen wij Bonairianen die opgroeiden op het eiland of er sterke banden mee hebben, in het buitenland werkten of studeerden en daarna (terug)keerden. In de drieëntwintigste editie spreken wij met Julio Martis, die op Bonaire werd geboren en op zijn negentiende naar Nederland vertrok om in de horeca te werken. Na twintig jaar in steden als Alkmaar en Amsterdam keerde hij tijdens de coronaperiode terug naar het eiland. Inmiddels is hij mede-eigenaar van The Bucket aan de Kaya Grandi. “Amsterdam was altijd druk en vol leven, maar Bonaire blijft toch thuis.”


Julio groeide op op Bonaire in een tijd waarin het eiland volgens hem allesbehalve saai was voor jongeren. “We waren altijd buiten” vertelt hij. “Ik speelde baseball, zeilde met de sunfish en was altijd met vrienden op pad.”

Volgens Julio was er vroeger genoeg te doen voor jongeren op Bonaire. “Mensen denken soms dat Bonaire toen rustig en saai was, maar dat was helemaal niet zo. Telefoons en social media kenden we niet. We vermaakten ons altijd buiten en wilden iets van ons leven maken. Het is jammer dat ik bij de huidige jeugd juist zie dat ze meer binnen zitten en dat de TV en social media zo belangrijk voor ze is geworden.”

Van Rum Runners richting Europees Nederland

Julio zat op school bij de Scholengemeenschap Bonaire, waarna hij zijn carriere aan de MBO vervolgde. Na een jaar werken bij Rum Runners in de bediening besloot hij, net als veel leeftijdsgenoten in die periode, naar Europees Nederland te vertrekken. “Ik was negentien toen ik daar heen ging” vertelt hij. “Ik ging eerst naar Capelle aan de IJssel, maar kreeg school in Heerhugowaard. Uiteindelijk heb ik acht jaar in Alkmaar gewoond.”

Daar volgde hij een koksopleiding aan het Horizon College. Zijn eerste stages brachten hem naar restaurants in Schoorl en Bergen. Dat was wennen, vertelt hij. “Je voelde soms wel dat je de enige gekleurde jongen was. Mensen keken naar je. Maar ik dacht alleen maar: ik ben hier gekomen om iets te bereiken.”

Tijdens een stage ontdekte een chef zijn talent voor de keuken. Eerst werkte Julio in de bediening, maar al snel werd hij gevraagd om mee te draaien als kok. “Ik wist nog helemaal niks van al die producten en technieken” lacht hij. “Ik moest alle soorten paddenstoelen leren kennen en leren schoonmaken. Maar juist dat vond ik uiteindelijk mooi.”

Van Alkmaar naar Amsterdam

Na zijn opleiding wilde Julio eigenlijk meteen terug naar Bonaire. Zijn chef dacht daar anders over. “Hij zei: je weet nu alleen nog maar de basis, je moet nog ervaring opdoen.” Via verschillende restaurants kwam Julio uiteindelijk terecht in Amsterdam.

Daar werkte hij onder meer in brasseries, theaters en restaurants. Hij kookte voor artiesten in theaterfoyers en maakte het Amsterdamse leven van dichtbij mee.

“Mijn passie lag nooit bij gewoon een biefstuk bakken” vertelt hij. “Ik wilde dat mensen al enthousiast werden als het bord op tafel kwam, zonder dat ze geproefd hadden.” “Amsterdam leefde altijd. Op elk moment van de dag gebeurde er iets.”

Ook voetbal speelde een grote rol in zijn leven. Julio is al jarenlang fanatiek Ajax-supporter en bezocht jarenlang wedstrijden en kampioenshuldigingen. “Dat hoorde echt bij mijn tijd in Amsterdam. Ik heb de vier langskampioenschappen onder leiding van Frank de Boer live gezien.”

Terug door corona

Na twintig jaar in Nederland veranderde de coronapandemie alles. Terwijl restaurants sloten en Nederland grotendeels stilviel, besloot Julio terug te keren naar Bonaire. “Ik zat thuis en kreeg nog salaris, maar ik dacht: ik wil werken. Mijn moeder zei dat alles hier nog redelijk normaal was.”

Op Bonaire kwam hij terecht bij restaurant It Rains Fishes, waar hij dankzij zijn ervaring al snel opviel. “De chef zag meteen aan hoe ik mijn werkplek neerzette dat ik wist wat ik deed.”

Kort daarna brak ook op Bonaire corona uit. Veel personeel moest vertrekken, maar Julio mocht blijven. “Ze zeiden tegen me: jij bent als laatste gekomen, maar je blijft. Dat vergeet ik nooit meer.”

Mede-eigenaar van The Bucket

Inmiddels werkt Julio al jaren bij The Bucket, waar hij tegenwoordig mede-eigenaar is. Maar minstens zo belangrijk in zijn verhaal is de bekende boom aan de boulevard waar slippers in hangen en waar zijn oma woonde.

Volgens Julio stond die boom er al lang voordat de boulevard bestond. “Vroeger lag daar gewoon een koraalstrand” vertelt hij. “Die boom stond daar altijd al.”

Toen de boulevard werd aangelegd dreigde de boom weggehaald te worden, maar zijn oma verzette zich daar fel tegen. “Mijn oma ging letterlijk onder die boom zitten omdat ze niet wilde dat hij weg zou gaan.”

Thuiskomen

Uiteindelijk bleef de boom staan en werd de weg eromheen aangepast. Voor Julio staat de boom symbool voor familie, geschiedenis en thuiskomen op Bonaire.

Daar kwam hij na zijn terugkeer opnieuw terecht. “Toen ik terugkwam woonde ik weer bij mijn oma onder de boom” vertelt hij. “Overdag was ik bij haar en ’s avonds werkte ik. Dat was wel even schakelen na Amsterdam, waar ik mijn eigen huis en mijn eigen leven had.” Zijn Oma overleed twee jaar geleden.

De plek onder de boom werd voor Julio een symbool van thuiskomen. Na twintig jaar in Nederland vond hij daar opnieuw rust, familie en verbondenheid met Bonaire. Daarnaast houdt hij zich binnen The Bucket bezig met vrijwel alles binnen het bedrijf. “Huub, aandeelhouder, helpt nog met advies maar ik doe eigenlijk alles van A tot Z” vertelt hij.

Volgens Julio is The Bucket uitgegroeid tot een plek waar locals, Nederlanders, Amerikanen en toeristen samenkomen. Vooral tijdens happy hour en sportavonden is het druk. “Dat gemixte publiek vind ik juist mooi. Mensen komen hier om gezellig samen te zijn.”

Hoewel hij soms nog de energie van Amsterdam mist, voelt Julio zich steeds meer thuis op Bonaire. “In Nederland had ik mijn eigen huis, mijn eigen leven en de drukte van de stad. Maar nu ik hier alweer jaren ben, begin ik opnieuw te wennen aan het eilandleven. Uiteindelijk blijft Bonaire toch speciaal.”


80 keer gelezen

Deel dit artikel: