
KRALENDIJK – Bonaire, Sint-Eustatius en Saba kunnen bij een nauwere band met de Europese Unie steunen op de wetgevings- en uitvoeringskracht van Nederland. Maar ook dan blijft voldoende lokale capaciteit nodig om Europese regels, fondsen en toezicht in de praktijk uit te voeren.
Dat staat in een nieuw onderzoek van de University of Curaçao naar de keuze tussen de huidige LGO-status en een mogelijke status als ultraperifeer gebied, UPG. Het rapport is opgesteld in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
De drie openbare lichamen hebben nu de status van Land en Gebied Overzee. Daardoor geldt Europees recht slechts beperkt. Een UPG-status betekent dat Europees recht in beginsel volledig van toepassing wordt, met mogelijkheden voor uitzonderingen.
Wezenlijk verschil
Volgens de onderzoekers verschilt de positie van de BES-eilanden wezenlijk van die van Aruba. Bonaire, Sint-Eustatius en Saba maken deel uit van het Nederlandse staatsbestel. Daardoor kunnen zij voor complexe wetgeving, de invoering van Europees recht en het gebruik van Europese fondsen terugvallen op de Rijksoverheid.
Die inbedding kan een overgang naar een UPG-status uitvoerbaarder maken. Maar de onderzoekers waarschuwen dat Den Haag de lokale uitvoeringskracht niet kan vervangen. Europese regels en geldstromen moeten uiteindelijk op de eilanden zelf worden vertaald naar projecten, toezicht en beleid.
Kwetsbaarheden op de BES-eilanden
De afweging raakt ook aan kwetsbaarheden op de BES-eilanden. Het rapport noemt de sterke afhankelijkheid van import, hoge kosten van levensonderhoud, beperkte economische schaal en een toenemende vergrijzing. Voor 2050 verwacht het onderzoek een afhankelijkheidsratio van bijna 70 procent op Bonaire en Saba. Op Sint-Eustatius loopt die volgens de projectie op tot 83 procent.
Een UPG-status kan toegang geven tot meer Europese financiering en strengere sociale normen. Tegelijk brengt de status verplichtingen mee, onder meer rond Europees recht, toezicht en vrij verkeer van personen. De onderzoekers stellen daarom dat moet worden beoordeeld of de eilanden die verplichtingen financieel en organisatorisch kunnen dragen.
Het rapport spreekt geen voorkeur uit voor behoud van de LGO-status of een overgang naar UPG. De keuze moet volgens de auteurs per eiland worden gemaakt en hangt af van de gewenste verhouding tussen Europese integratie, lokale beleidsruimte en bestuurlijke uitvoerbaarheid.






























