
KRALENDIJK - Het Gerecht in Eerste Aanleg van Bonaire heeft het besluit van Nederland om in te grijpen in de situatie van de vuilstort van Selibon bij Lagun vernietigd. De rechter oordeelde dat de Rijksvertegenwoordiger het bestuurscollege van Bonaire een laatste termijn had moeten geven om zelf op te treden voordat hij ingreep.
De uitspraak volgt op een zaak aangespannen door het bestuurscollege van Bonaire tegen de beslissing van de Rijksvertegenwoordiger om de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving bij Selibon op Lagun over te nemen. De Rijksvertegenwoordiger besloot op 15 november 2024 tot deze ingreep vanwege structurele tekortkomingen in het afvalbeheer en de milieuproblemen op de locatie.
Het gerecht erkende dat er sprake was van taakverwaarlozing door het bestuurscollege. Er was jarenlang niet ingegrepen bij vergunningaanvragen en overtredingen, waardoor de situatie bij Selibon als urgent en zorgwekkend werd bestempeld. Inspectierapporten van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) onderbouwden de bevindingen dat de milieugevaren en risico’s voor de volksgezondheid steeds verder opliepen.
Desondanks oordeelde het Gerecht dat de Rijksvertegenwoordiger niet had voldaan aan de stappen van de bestuurlijke interventieladder zoals vastgelegd in het Algemeen Beleidskader Indeplaatsstelling bij Taakverwaarlozing. Volgens dit kader moet een bestuursorgaan eerst de kans krijgen om zelf corrigerende maatregelen te nemen, tenzij er sprake is van een acute noodsituatie. Hoewel de situatie als spoedeisend werd beschouwd, achtte het gerecht het toch mogelijk om het bestuurscollege nog een korte termijn te geven om zelf te handelen.
De vernietiging van de indeplaatsstelling betekent dat het bestuurscollege opnieuw verantwoordelijk is voor het afvalbeheer bij Selibon op Lagun. De rechter onderstreepte wel dat verdere passiviteit kan leiden tot nieuwe juridische stappen.
De Rijksvertegenwoordiger heeft nog niet gereageerd op de uitspraak.
































