
Met zijn bijdrage van vandaag op onder meer Bonaire.nu heeft voormalig eiland griffier Willem A. Cicilia een belangrijk punt: internetconsultaties zijn een compleet ongeschikt instrument voor Bonaire, Sint-Eustatius en Saba. Ze lijken een Haagse uitvinding waarmee de eilanden nog nauwelijks bekend zijn, laat staan dat deze leven. Het gebrek aan input doet Den Haag te pas en vooral ook ten onpas concluderen dat er geen belangstelling is voor bepaalde vraagstukken of -erger nog- dat stilzwijgen gelijkstaat aan instemming.
Dat dit een gevaarlijke illusie is, bewees de verdrievoudiging enkele jaren terug van de contributie voor de Kamer van Koophandel. Ook dat besluit werd doorgevoerd na een ‘internetconsultatie’. Pas toen ondernemers na doorvoering van de wijziging massaal in protest kwamen, bleek hoe weinig de uitkomst van de online procedure de werkelijkheid weergaf. Sterker nog: de meeste ondernemers wisten niet eens dat de kwestie speelde, of dat zij online hun input konden geven. Als het bij een concreet en tastbaar onderwerp al zo misloopt, hoe kan een internetconsultatie dan dienen als basis voor fundamentele vraagstukken over de toekomst van de eilanden?
Daar komt bij dat er in 2024 in De Bilt wél serieus overleg plaatsvond. Daar maakten eilandsraden, bestuurscolleges en gezaghebbers duidelijke afspraken met de staatssecretaris Alexandra van Huffelen over de koers van de herziening van WolBES en FinBES. Het is wrang dat juist die afspraken gemaakt na dagenlang overleg nu met een pennenstreek terzijde worden geschoven, terwijl een digitale vragenlijst ineens doorslaggevend wordt geacht.
Besluiten die na zulke vage internetconsultaties tot stand komen, missen elke vorm van legitimiteit. Niet alleen voelen de lokale raadsleden zich gepasseerd, ook de gewone burger ervaart dat zijn stem niet meetelt. Dat versterkt beslist niet het vertrouwen in de politiek of de goede bedoelingen van Den Haag.
Het gaat daarbij nog niet eens om de vraag of bepaalde voorstellen inhoudelijk terecht of onterecht zijn – bijvoorbeeld de noodzaak tot het behoud van de Rijksvertegenwoordiger – maar om het principe dat een gebrekkig en nauwelijks bekend instrument voor ‘inspraak’ nooit gebruikt zou mogen worden om potentieel controversiële besluiten erdoor te drukken.
Erger nog is de wijdgedragen perceptie op de eilanden - in een voor de verandering compleet eensgezind politiek spectrum - dat het Kabinet zich met deze handelwijze ‘koloniaal’ gedraagt. Dat moet anno 2025 toch beter kunnen?

































