Pro Lagun tekent bezwaar aan tegen vrijstelling MER voor nieuw stortvak Lagun

KRALENDIJK – Stichting Pro Lagun heeft officieel bezwaar ingediend tegen het besluit van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat om geen milieueffectrapportage (MER) te eisen voor de aanleg van een nieuw stortcompartiment op afvalcentrum Selibon Lagun. Volgens de stichting wordt hiermee een belangrijke milieutoets overgeslagen, terwijl de stortplaats al jaren kampt met ernstige milieu- en gezondheidsproblemen.
Het ministerie verleende de vrijstelling omdat sprake zou zijn van een urgente situatie. Door terugkerende branden, risico’s voor de volksgezondheid en de noodzaak om snel extra stortcapaciteit te creëren, acht het Rijk een versnelde procedure noodzakelijk. Daarnaast wordt gewerkt aan een nieuwe afvalstructuur, waarbij de stortplaats volgens de huidige planning uiterlijk eind 2028 moet sluiten.
Juist nu is een MER noodzakelijk’
Pro Lagun stelt echter dat de ernst van de situatie juist een reden is om een volledige milieueffectrapportage uit te voeren. Een MER brengt de gevolgen voor mens, natuur en milieu in kaart, onderzoekt alternatieven en biedt inwoners en maatschappelijke organisaties de mogelijkheid om hun zienswijze in te dienen.
Volgens de stichting is het besluit tegenstrijdig. In de beschikking wordt erkend dat de stortplaats kampt met structurele beheerproblemen, herhaalde branden, uitstoot van schadelijke stoffen, bodemverontreiniging en risico’s voor grond- en oppervlaktewater. Tegelijkertijd wordt geconcludeerd dat een MER achterwege kan blijven.
Twijfels over beheer nieuw stortvak
De stichting wijst erop dat de problemen bij Selibon volgens haar niet alleen technisch, maar ook organisatorisch zijn. Zij verwijst naar jarenlange tekortkomingen op het gebied van beheer, toezicht, bedrijfsvoering en financiering. Volgens Pro Lagun ontbreekt de garantie dat een nieuw stortvak deze structurele problemen daadwerkelijk oplost.
Ook wordt gewezen op de grote branden van de afgelopen jaren, waarbij bewoners moesten worden geëvacueerd en waarbij volgens eerdere onderzoeken schadelijke stoffen, waaronder dioxinen, konden vrijkomen. De stichting stelt dat onvoldoende duidelijk is welke gezondheidsrisico’s nieuwe incidenten met zich mee kunnen brengen.
Alternatieven onvoldoende onderzocht
In het bezwaarschrift stelt Pro Lagun verder dat alternatieven onvoldoende zijn onderzocht. Daarbij noemt de stichting onder meer het afvoeren van afval naar verwerkingslocaties buiten Bonaire of het ontwikkelen van een nieuwe afvalverwerkingslocatie elders op het eiland. Volgens de stichting is juist een MER bedoeld om dergelijke alternatieven zorgvuldig af te wegen voordat een besluit wordt genomen.
Oproep tot zorgvuldige besluitvorming
Pro Lagun benadrukt dat het bezwaar niet is gericht op het vertragen van de afvalaanpak, maar op een zorgvuldig en transparant besluitvormingsproces. De stichting vraagt het ministerie de vrijstelling te heroverwegen en alsnog een volledige milieueffectrapportage te laten uitvoeren voordat met de aanleg van het nieuwe stortcompartiment wordt begonnen.
Het bezwaar is ingediend op 30 juni en richt zich tegen het besluit waarmee het ministerie een uitzondering maakte op de MER-plicht voor het nieuwe stortvak bij Selibon Lagun.































