“Als Bonairiaanse wil ik het verschil maken” Thammy Albertsz bereikt na acht jaar haar doel bij de brandweer

· - leestijd 4 minuten
Afbeelding

KRALENDIJK – Acht jaar geleden begon Thammy Albertsz aan haar loopbaan bij de brandweer. Het doel dat ze toen al voor ogen had, was groot: ooit wilde ze algemeen commandant worden. Inmiddels is dat werkelijkheid. De 35-jarige Bonairiaanse staat sinds kort aan het hoofd van Brandweerkorps Caribisch Nederland (BKCN).


“Vanaf dat moment zei ik al: ooit zou ik die functie van algemeen commandant hebben”, vertelt Albertsz over het moment waarop haar belangstelling voor de brandweer echt begon. Dat gebeurde in 2017, tijdens een teambuilding bij het korps. Ze raakte onder de indruk van de manier waarop collega’s met elkaar samenwerkten. “Dat samen uit, samen thuis, die saamhorigheid en dat teamverband. Toen begon het bij mij te tintelen: dit wil ik wel, dit kan ik en dit zie ik mezelf voor een lange tijd doen.”

Daarvoor had haar loopbaan een heel andere richting. Albertsz rondde de havo af op Bonaire en vertrok daarna naar Curaçao, waar ze een bachelor Social Work behaalde. Vervolgens begon ze aan de studie criminologie aan de Erasmus Universiteit. Die opleiding rondde ze niet af. In 2014 keerde ze terug naar Bonaire en ging ze als raadsonderzoeker aan de slag bij de Voogdijraad.

“Mijn familie en alles achtergelaten”

Na die bewuste kennismaking in 2017 met de brandweer ging het snel. In maart 2018 kwam er een vacature vrij voor de officiersopleiding in Nederland. Albertsz twijfelde niet en meldde zich aan.

“Toen heb ik mijn stabiliteit moeten achterlaten, mijn familie en alles moeten achterlaten, om verder in mezelf te investeren in deze brandweerwereld”, zegt ze. Na ongeveer anderhalf jaar opleiding keerde ze in 2020 terug naar Bonaire als officier van dienst.

Maar ook toen bleef haar oorspronkelijke doel in haar hoofd zitten. Albertsz wilde uiteindelijk algemeen commandant worden. Daarom bleef ze opleidingen volgen, ervaring opdoen en zich verder ontwikkelen.

Vanaf 2022 werkte ze samen met een collega als lokaal commandant op Bonaire. Twee jaar later begon ze zich nog bewuster voor te bereiden op een mogelijke volgende stap. Ze liep mee bij verschillende organisaties en leidinggevenden en ging naar Den Haag om meer kennis op te doen over de samenwerking met het ministerie.

“Ik heb mezelf echt helemaal volgepropt met ervaring en met de expertise die nodig is”, vertelt ze. “Zodat ik, wanneer deze vacature vrij zou komen, volledig in staat zou zijn om erop te solliciteren.”

Toen de vacature voor algemeen commandant dit jaar daadwerkelijk verscheen, solliciteerde Albertsz. Ze doorliep vier gesprekken, gevolgd door een gesprek over de arbeidsvoorwaarden. Tijdens een dienstreis in Nederland kreeg ze uiteindelijk het telefoontje dat ze de nieuwe algemeen commandant zou worden.

“Het is een bijzonder moment”

Dat Albertsz als 35-jarige Bonairiaanse vrouw zo’n belangrijke functie krijgt, maakt haar benoeming extra bijzonder. Zelf wil ze niet te veel nadruk leggen op het feit dat ze vrouw is.

“Het is zeker een bijzonder moment. Natuurlijk ben ik een vrouw, maar ik zie het echt als een persoon die geschikt is om deze functie te vervullen”, zegt ze. “Samen met het team ga ik er honderd procent voor, in het belang van het korps en de drie samenlevingen van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.”

Juist haar eigen weg naar de functie gebruikt Albertsz graag als boodschap voor jongeren op Bonaire. Want makkelijk, benadrukt ze, was het traject niet.

“Het is geen makkelijk proces geweest. Maar ik hoop dat ik als inspiratie gezien kan worden door anderen, met name ook de jongeren.” Op 15 augustus was Albertsz precies acht jaar in dienst. “Het heeft me wel acht jaar gekost om in mezelf te investeren om hier te komen.”

Tegenslagen zullen komen, maar geloof erin

Haar advies aan jongeren is dan ook om niet te snel op te geven. “Volg je opleiding, zet doelen voor jezelf en ga voor je doelen. Er zullen tegenslagen zijn op de weg richting jouw doel. Maar dat zijn punten die je alleen maar sterker kunnen maken.”

Albertsz hanteert daarbij een simpele gedachte: “You either win or you learn. There is never a losing moment.” Volgens haar kan iedere tegenslag uiteindelijk iets opleveren. “Alles wat iemand meemaakt op zijn pad, maakt je sterker voor de volgende stap.”

Ook diploma’s kunnen volgens haar later deuren openen. Maar het begint met vertrouwen in jezelf. “Geloof in jezelf, zodat een ander ook in jou kan geloven.”

De benoeming ziet ze daarom absoluut niet als het eindpunt van haar ontwikkeling. “Ik zie het niet als: eindelijk heb ik deze functie. Nee, ik zie het juist als: dit is de start van het vervolg van mijn carrière.”

“Mijn familie is hier”

Dat Albertsz na haar opleidingen en ervaringen buiten Bonaire steeds weer terugkeerde naar het eiland, is voor haar vanzelfsprekend.

“Mijn ouders zijn hier, mijn familie is hier. Ik wilde een bijdrage leveren aan het eiland waar ik ben geboren en opgegroeid”, vertelt ze. “Maar inmiddels ben ik zo ver dat ik ook het verschil wil maken voor de anderen.” Daarmee bedoelt ze ook Sint Eustatius en Saba.

Die wens om iets voor de gemeenschap te betekenen kreeg ze van huis uit mee. Haar vader werkte bij de politie en haar moeder in het onderwijs. “Ik heb altijd gehad dat je er voor een ander moet zijn. Dat je een bijdrage kunt leveren, niet alleen voor mensen, maar ook voor je eiland.”

De brandweer bleek uiteindelijk de plek waar dat voor haar samenkwam. “Ik wilde altijd bij een geüniformeerde dienst horen. Toen ik de brandweer leerde kennen, dacht ik: dit wil ik, dit kan ik en hiermee wil ik iets betekenen voor het eiland.”

Geen drie dezelfde eilanden

In haar nieuwe functie is Albertsz niet alleen verantwoordelijk voor Bonaire. Ook Sint Eustatius en Saba vallen onder haar verantwoordelijkheid. En juist dat maakt het werk volgens haar uitdagend.

“Elk eiland heeft zijn eigen karakter, zijn eigen uitdagingen en zijn eigen risico-objecten”, zegt ze. Een belangrijk verschil met Europees Nederland is volgens haar dat hulp niet altijd snel van elders kan komen.

Daarom moet het korps op ieder eiland voldoende zelfstandig kunnen functioneren. “We moeten ervoor zorgen dat wij als korps stabiel genoeg zijn en goed voorzien zijn van de juiste materialen om incidenten zelfstandig aan te kunnen, in afwachting van hulp na één of twee dagen.”

Sint Eustatius en Saba zijn voor Albertsz geen onbekend terrein. Ze werkte er al vaker en heeft op Sint Eustatius ook tijdelijk een leidinggevende functie waargenomen.

“De cultuur, de mensen en de collega’s kennen mij goed en andersom”, zegt ze. “Het is allemaal niet onbekend voor mij. Ik zit nu alleen in een andere positie. En ik wil samen met het team het verschil gaan maken voor het korps.”


996 keer gelezen

Deel dit artikel: