
KRALENDIJK - De officiële armoedecijfers op Bonaire geven mogelijk geen volledig beeld van de werkelijke armoede op het eiland. Dat schrijven onderzoekers in een op 30 september gepubliceerd artikel van ESB. Volgens de analyse kunnen vooral de hoge kosten van particuliere huur ervoor zorgen dat het aantal mensen dat onder de armoedegrens leeft hoger ligt dan uit de officiële cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt.
ESB, voorheen bekend als Economisch Statistische Berichten, is een Nederlands economisch vakblad dat zich richt op economie en economisch beleid. Het blad publiceert analyses en onderzoek van economen, wetenschappers en andere deskundigen over actuele economische en maatschappelijke onderwerpen. De publicatie over Bonaire verscheen binnen de rubriek Statistiek.
Volgens de auteurs ligt het probleem vooral bij de manier waarop de woonlasten worden meegenomen bij het bepalen van armoede. Het CBS gebruikt hiervoor minimumvoorbeeldbegrotingen van het Nibud uit 2023. Daarbij wordt bij de officiële armoedegrens uitgegaan van woonlasten die passen bij een sociale huurwoning.
Sociale huurwoning en particuliere markt
Op Bonaire is een sociale huurwoning echter lang niet voor iedereen beschikbaar. Wie daar niet voor in aanmerking komt of geen woning kan bemachtigen, is aangewezen op de particuliere huurmarkt. Volgens de analyse kan dat maandelijks 700 tot 1.000 dollar duurder zijn.
Dat verschil heeft volgens ESB grote gevolgen voor alleenstaanden. Een alleenstaande met een mediaan inkomen zit in 2024 boven de armoedegrens wanneer rekening wordt gehouden met de kosten van een sociale huurwoning. Wanneer dezelfde persoon de hogere kosten van een particuliere huurwoning moet betalen, komt het inkomen echter onder de armoedegrens uit.
Het CBS becijfert dat 21 procent van de huishoudens op Bonaire in armoede leeft. ESB stelt dat dit percentage de werkelijke situatie mogelijk onderschat, omdat de officiële cijfers onvoldoende rekening houden met het beperkte aanbod van sociale huurwoningen.
Wachtlijst sociale huur inmiddels verder opgelopen
De cijfers die ESB gebruikt, zijn inmiddels verouderd. In de wintereditie van Huurwijzer 2025, gepubliceerd op 1 januari 2026, bleek dat de druk op de sociale huurmarkt op Bonaire sindsdien verder is toegenomen.
Volgens een artikel over sociale huur op Bonaire stond de wachtlijst van Fundashon Cas Boneriano (FCB) eind 2025 op ongeveer 3.200 tot 3.400 inschrijvingen. Dat is aanzienlijk meer dan de circa 2.400 mensen die ESB op basis van cijfers uit 2024 noemt. FCB beheerde volgens het artikel ongeveer 460 sociale huurwoningen.
Ook de bouwplannen zijn inmiddels bijgesteld. Waar eerder werd uitgegaan van 500 nieuwe sociale huurwoningen, gaat het inmiddels om 425 woningen, die naar verwachting in 2028 worden opgeleverd. Deze komen onder meer in Nord Salina, Hato en Rincon.
De analyse van ESB is daarmee gebaseerd op een situatie uit 2024 en houdt nog geen rekening met deze ontwikkelingen in 2025.
Fundashon Cas Bonairiano
De omvang van het tekort blijkt volgens de publicatie uit cijfers van Fundashon Cas Bonairiano (FCB), de sociale verhuurder op Bonaire. In 2024 stonden ongeveer 2.400 mensen op de wachtlijst voor 605 sociale huurwoningen. Tegelijkertijd maakten volgens ESB in dat jaar slechts ongeveer 350 mensen gebruik van de bijdrage particuliere verhuur. Met deze regeling kunnen particuliere huurwoningen onder voorwaarden worden gesubsidieerd tot het niveau van sociale huur.
Volgens de analyse is er bovendien een opvallende ontwikkeling zichtbaar. De officiële armoede op Bonaire nam in 2023 en 2024 af, terwijl de wachtlijsten voor sociale huur in dezelfde periode juist toenamen.
ESB concludeert dat de officiële armoedecijfers zolang het tekort aan sociale huurwoningen zo groot blijft, waarschijnlijk geen volledig beeld geven van de omvang van armoede op Bonaire. Vooral huishoudens die noodgedwongen een dure particuliere huurwoning moeten betalen, kunnen volgens de analyse buiten beeld blijven.
































