
KRALENDIJK - Een belastingzaak op Bonaire kan grote gevolgen hebben voor vastgoedbelasting binnen het Koninkrijk. Volgens de procureur-generaal bij de Hoge Raad is mogelijk ten onrechte belasting geheven over een woning die was ondergebracht in een Amerikaanse “trust”, een juridische constructie waarbij bezit wordt beheerd door een aparte entiteit.
De zaak draait om een woning op Bonaire die juridisch was geplaatst in een zogenoemde revocable discretionary trust uit de Amerikaanse staat North Carolina. De bewoner van het huis was tegelijk oprichter, beheerder en begunstigde van die trust.
De Belastingdienst legde de trust een vastgoedbelasting op van ruim 2.700 dollar over 2021. Volgens de fiscus was de trust eigenaar van de woning en daarom belastingplichtig. Zowel het Gerecht in Eerste Aanleg als het Gemeenschappelijk Hof gingen daarin mee.
De procureur-generaal denkt daar nu anders over. Volgens hem is een trust naar Nederlands recht geen echte rechtspersoon en kan zo’n constructie mogelijk helemaal niet zelfstandig belastingplichtig zijn. Daardoor zou de woning juridisch gezien eerder aan de bewoner zelf moeten worden toegerekend.
Dat is belangrijk omdat voor woningen die als hoofdverblijf worden gebruikt een vrijstelling van vastgoedbelasting kan gelden. In dat geval zou de aanslag mogelijk onterecht zijn opgelegd.
De conclusie kan gevolgen hebben voor vergelijkbare belastingzaken op de BES-eilanden en mogelijk ook voor Nederlandse regels rond onroerendezaakbelasting.

































