Kamervragen over VN-resolutie: rol Bonaire benoemd in kabinetsreactie

DEN HAAG - In recente antwoorden op Kamervragen is meer duidelijkheid gegeven over de Nederlandse houding bij een VN-resolutie over de trans-Atlantische slavenhandel. Daarbij wordt ook expliciet verwezen naar de betrokkenheid van Bonaire en de andere Caribische eilanden binnen het Koninkrijk.
De vragen van Kamerleden gingen onder meer over de stemming van 25 maart 2026 in de Verenigde Naties. Nederland onthield zich daar van stemming bij een resolutie die de slavenhandel aanduidt als een van de ernstigste misdaden tegen de menselijkheid. De Kamerleden vroegen het kabinet om toe te lichten hoe deze keuze zich verhoudt tot de excuses die de Nederlandse staat in 2022 heeft gemaakt.
Onthouden van stemming
In de beantwoording stelt het kabinet dat Nederland zich, samen met meerdere landen waaronder alle EU-lidstaten, heeft onthouden van stemming. Daarbij wordt aangegeven dat de resolutie enerzijds elementen bevat die Nederland onderschrijft, zoals de erkenning van de ernst van het slavernijverleden en de doorwerking daarvan in het heden. Anderzijds noemt het kabinet ook onderdelen waartegen principiële en juridische bezwaren bestaan, waaronder het toepassen van internationaal recht met terugwerkende kracht en mogelijke juridische implicaties daarvan .
Daarnaast werd gevraagd welke boodschap het kabinet heeft voor mensen die geraakt worden door de doorwerking van het slavernijverleden. In reactie daarop stelt het kabinet dat de onthouding volgens haar niets afdoet aan de erkenning van het historische onrecht of aan de eerder gemaakte excuses. Er wordt verwezen naar lopende inzet op onder meer bewustwording, onderwijs en maatschappelijke dialoog .
Actieagenda’s
In dezelfde set antwoorden gaat het kabinet ook in op de betrokkenheid van de Caribische delen van het Koninkrijk. Daarbij wordt aangegeven dat Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Maarten en Sint Eustatius vanaf het begin zijn meegenomen in de uitwerking van beleid rond het slavernijverleden. Voor deze eilanden zijn zogeheten actieagenda’s opgesteld, waarin afspraken zijn uitgewerkt in concrete projecten.
Voor Bonaire wordt specifiek genoemd dat er wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een onderwijskundig model waarbij Nederlands als vreemde taal wordt toegepast in het primair onderwijs. Ook wordt verwezen naar bredere initiatieven op het gebied van erfgoed, archieven en maatschappelijke projecten .
Het kabinet geeft verder aan dat het al uitvoering geeft aan onderdelen van de VN-resolutie die het onderschrijft, onder meer via bestaand beleid gericht op erkenning, herdenking en onderzoek. Daarbij wordt benadrukt dat Nederland zich internationaal blijft inzetten voor een zorgvuldige benadering van het slavernijverleden, binnen de kaders van het internationaal recht.
De volledige beantwoording van de Kamervragen wordt later dit jaar verder aangevuld in een voortgangsbrief aan de Tweede Kamer.




































