Opinie: Voortschrijdend inzicht vraagt om een nieuwe waarborg voor goed bestuur

· - leestijd 2 minuten
Voormalig eilandgriffier Willem Cecilia.
Voormalig eilandgriffier Willem Cecilia. Foto: Willem Cecilia

KRALENDIJK – Voormalig griffier van het Openbaar Lichaam Bonaire, dr. Willem A. Cecilia, pleit in een nieuwe opiniebijdrage voor de oprichting van een Koninkrijksverbinder: een onafhankelijke functionaris die als neutrale schakel moet dienen tussen Den Haag en de eilanden.


Volgens Cecilia heeft de recente reactie van de waarnemend Rijksvertegenwoordiger op de consultatie over de gewijzigde WolBES en FinBES onbedoeld blootgelegd hoe kwetsbaar het bestuurlijk evenwicht in Caribisch Nederland nog altijd is.

Hij stelt dat goed bestuur op kleine eilanden niet zonder onafhankelijke tegenmacht kan bestaan en dat het afschaffen van toezicht zonder alternatief “geen vooruitgang, maar bestuurlijke achteruitgang” betekent.

De volledige bijdragen van Ciclila leest u hier:

Wij hebben kennis genomen van de reactie van de waarnemend Rijksvertegenwoordiger op de consultatie van de gewijzigde WolBES en FinBES. Die reactie heeft, onbedoeld maar overtuigend, duidelijk gemaakt dat de bestuurlijke balans in Caribisch Nederland nog steeds kwetsbaar is. De dubbele rol van de Rijksvertegenwoordiger – enerzijds spreekbuis van het Rijk, anderzijds doorgever van signalen vanuit de eilanden – toont aan dat goed bestuur in kleine gemeenschappen zonder onafhankelijke tegenmacht moeilijk houdbaar is.

Mijn eigen reactie tijdens de consultatie was destijds gebaseerd op het uitgangspunt dat meer lokale autonomie wenselijk zou zijn en dat de eilanden voldoende bestuurlijke veerkracht konden ontwikkelen zonder de tussenkomst van een Rijksvertegenwoordiger. De minister beschikt bovendien over voldoende corrigerende instrumenten om tijdig in te grijpen bij bestuurlijke of financiële ontsporingen, en samen met het College financieel toezicht (Cft) kan hij waarborgen dat die bestuurlijke veerkracht wordt behouden en versterkt.

Nederland heeft echter besloten de functie van de Rijksvertegenwoordiger te handhaven, zij het in een andere vorm, zonder wezenlijk overleg met de eilanden. Dat was een grove inschattingsfout: van lichtjaren afstand kon worden aangevoeld dat dit besluit onnodige fricties en wantrouwen zou veroorzaken – en inmiddels ook hééft veroorzaakt – tussen Den Haag en de eilandelijke bestuurslagen.

Het idee dat autonomie automatisch tot beter bestuur zou leiden, ging voorbij aan de beperkte bestuurlijke en uitvoeringscapaciteit op kleine eilanden. Inmiddels heeft voortschrijdend inzicht aangetoond dat het volledig schrappen van een onafhankelijke waarborg juist een bestuurlijk vacuüm creëert. Dat wordt nu zichtbaar: de gezaghebber krijgt te veel verantwoordelijkheden zonder onafhankelijke toetsing, en de eilandsraad beschikt niet over een effectief mechanisme om het eigen bestuur te corrigeren.

Het idee dat de gezaghebber die rol kan overnemen, is bestuurlijk onrealistisch en is nu door ondergetekende ook verlaten. De gezaghebber is zelf onderdeel van het eilandsbestuur, ingebed in een kleine gemeenschap waar politieke, persoonlijke en familiebelangen vaak nauw met elkaar verweven zijn. Hij of zij mist de onafhankelijke positie én de uitvoeringskracht om structurele problemen te corrigeren of gevoelige kwesties te adresseren.

De praktijk laat al zien hoe kwetsbaar het stelsel is. De politieke druk op instellingen als Selibon en de Tourism Corporation Bonaire (TCB), en het onvermogen om structurele problemen zoals de landfillcrisis op te lossen, maken duidelijk dat bestuurlijke slagkracht en onafhankelijk toezicht ontbreken. Het overhevelen van de verantwoordelijkheid voor kwalitatieve routeontwikkeling ten behoeve van het toerisme van TCB naar BIA N.V., zonder visie of overleg is bestuurlijke dwaasheid. Evenzeer kan het torpederen van een nieuwe containerhaven onder die noemer worden geschaard: besluiten zonder strategie, overleg of langetermijnbelang.

Zonder een neutrale en gezaghebbende schakel tussen Den Haag en de eilanden verdwijnt de laatste garantie dat wanbeheer tijdig wordt herkend en gecorrigeerd.

 Daarom is het tijd voor een nieuw model – niet het herstel van de oude Rijksvertegenwoordiger, maar de oprichting van een Koninkrijksverbinder: een onafhankelijke functionaris met gezag, die toezicht houdt op goed bestuur, bemiddelt bij bestuurlijke conflicten, en zowel aan het Rijk als aan de eilanden verantwoording aflegt. Deze figuur moet geen controleur zijn, maar een beschermer van het evenwicht tussen autonomie en verantwoordelijkheid.

De Koninkrijksverbinder kan de brug vormen die de Rijksvertegenwoordiger nooit volledig kon zijn: onafhankelijk, wederkerig en transparant. Zo wordt voorkomen dat het streven naar autonomie ontaardt in bestuurlijke stilstand of zelfbescherming. Goed bestuur is geen gunst, maar een wederkerige plicht. Het afschaffen van toezicht zonder iets beters in de plaats te stellen is geen vooruitgang, maar een bestuurlijke achteruitgang. Voortschrijdend inzicht verplicht ons om dat eerlijk te erkennen — en te handelen voordat het vertrouwen van de bevolking verder wordt uitgehold.

Dr. Willem A. Cecilia

Bonaire


2.913 keer gelezen

Deel dit artikel: