Pleidooi voor gelijke subsidies lucht- en zeeverbindingen Caribisch gebied

WILLEMSTAD - De luchtverbindingen in het Caribisch deel van het Koninkrijk liggen opnieuw onder vuur. In een opiniebijdrage wordt gewezen op hoge prijzen, te weinig aanbod en het feit dat Nederland de Makana ferry wel subsidieert, maar de luchtvaart niet. De kernvraag: wanneer krijgen eilandbewoners eindelijk recht op betrouwbaar en betaalbaar vervoer?
door | Hans de Jong
De afgelopen paar weken mag de mobiliteit in het Caribisch deel van het Koninkrijk zich weer verheugen in verhoogde belangstelling. Eerst begon het met het pleidooi van een gerespecteerde advocaat op Curacao die van mening was dat er wel wat meer concurrentie mocht komen op de luchtverbindingen tussen de eilanden, want van de kleinere luchtvaartmaatschappijen die nu het luchtvervoer aanbieden moet, naar zijn stellige oordeel, de consument het niet hebben. Te weinig aanbod tegen te hoge prijzen.
Het bleef naar mijn oordeel best lang stil, want kennelijk was er niet veel in te brengen tegen dit pleidooi, maar ik vrees dat zijn wens om grotere maatschappijen een gooi te laten doen naar de “ lucratieve”markten niet veel terecht zal komen.
Verschillende malen en uit diverse onderzoeken, zoals die uitgevoerd door de Stichting Economisch Onderzoek, is al gebleken dat de routes tussen de delen van het Koninkrijk in het Caribisch gebied te dun zijn om winstgevende operaties uit te voeren met grote toestellen. Het verleden heeft dat mijns inziens voldoende aangetoond. De vergelijking met bijvoorbeeld de Europese markt gaat telkens zowel qua omvang, vliegduur als prijsstelling mis.
Daar waar de de discussies tussen Nederland en de BES eilanden over een eventuele subsidiëring van het aanbod van luchtvervoer elke keer strandt in het ambtelijk moeras, las ik dat de Nederlandse regering nu inmiddels voor de derde keer de Makana ferry wel subsidieert. Over concurrentie vervalsing gesproken. Winair de maatschappij die al sinds 1961 het luchtvervoer verzorgt tussen de Bovenwindse eilanden moet het daarbij telkens ontgelden. Sinds de ontmanteling van de Nederlandse Antillen in 2010 houdt het bedrijf zelfstandig de “eigen broek” op zonder enige vorm van overheidsvoordeel; dit terwijl de ferrydienst op dezelfde routes wel een subsidie krijgt van de Nederlandse overheid onder het mom dat het een openbare dienstverlening betreft om betaalbaar tussen de eilanden te kunnen reizen.
De Nederlandse Staat heeft een aandeel in Winair, maar heeft geen enkel zicht op wat er bij Makana ferry allemaal speelt, dus hoe vindt er controle plaats op de rechtmatigheid van aanwending van de subsidie? Na het vertrek van de “drivers” achter het luchthaven samenwerkingsverband DCCA is het vanuit dat front ook angstvallig stil gebleven. Ook het ministerie van Infrastructuur heeft toen maar besloten het roer drastisch om te gooien door mensen en middelen op andere terreinen in te zetten. Good bye voor de discussie over duurzaamheid, bereikbaarheid en veiligheid.
Van de huidige (dubbel) demissionaire regeringen behoeven we verder niks meer te verwachten, zo dat al zo was het afgelopen anderhalf jaar, maar wellicht is er hoop als er na de verkiezingen op 29 oktober een Kabinet komt van andere signatuur.
Het wiel voor een subsidie voor het instellen van een Public Service Obligation (PSO) behoeft echt niet weer te worden uitgevonden. Alle materiaal voor een beoordeling is al geschreven en gearchiveerd. Louter dient aangetoond te worden dat het de Nederlandse regering ernst is met de legitieme verlangens van de eilandbewoners voor duurzaam, veilig, betrouwbaar en betaalbaar
Hans de Jong is een ervaren luchtvaart-en transportprofessional uit Curaçao, gepensioneerd inmiddels. Hij heeft leidinggevende functies bekleed in de luchtvaartsector, zoals de Curaçao Civil Aviation Authority (CCAA) en maakte deel uit van de Raad van Commissarissen van WINAIR. De Jong heeft zich ook beziggehouden met governance, regelgeving en veiligheid binnen de luchtvaart.
































