Bonaire kampt met ernstige bedreiging van het recht op een schoon, gezond en duurzaam leefmilieu

KRALENDIJK – De situatie op Bonaire – en in het bijzonder bij de vuilstortplaats Lagun – illustreert hoe het recht op een schoon, gezond en duurzaam leefmilieu onder druk staat. Dat stelt het College voor de Rechten van de Mens in een weblogbericht van 11 augustus 2025.
Volgens het college is op de stortplaats bij de Lagun sinds 2013 onder andere asbest, medisch en gevaarlijk afval opgeslagen en verwerkt zonder geldige vergunning. Zelfontbrandingen veroorzaken hevige rookontwikkeling, stankoverlast en gezondheidsklachten bij omwonenden, zoals hoofdpijn en ademhalingsproblemen. Ondanks waarschuwingen van de Inspectie Leefomgeving en Transport, maatschappelijke organisaties als Pro Lagun en ambtsberichten van de Rijksvertegenwoordiger bleef structurele handhaving lange tijd uit.
Pas in november 2024 werd waarnemend Rijksvertegenwoordiger Jan Helmond benoemd vanwege taakverwaarlozing door het Bestuurscollege. Hij voerde maatregelen in, zoals het beveiligen van het terrein, veilig opslaan en afvoeren van asbesthoudend en biomedisch afval. In februari 2025 bevestigde de rechter de ernst van de situatie en de rechtvaardiging van deze maatregelen. Tegelijkertijd kreeg het Bestuurscollege de kans om zelf orde op zaken te stellen.
Hoewel de acute risico’s enigszins zijn verminderd, blijven de structurele oorzaken volgens het College voor de Rechten van de Mens – zoals het ontbreken van robuuste vergunningen, zwakke handhavingscapaciteit en een gebrek aan betrokkenheid van bewoners – onverminderd bestaan.
Bewonersorganisatie Stichting Pro Lagun heeft inmiddels een bezwaarschrift ingediend, waarmee zij stelt dat de overheid haar zorgplicht schendt door onvoldoende op te treden tegen milieuschade en gezondheidsrisico’s.
Deze casus brengt volgens het College niet alleen milieu- en gezondheidsproblemen in beeld, maar ook de urgente mensenrechtelijke dimensie: de situatie raakt aan het recht op gezondheid, op eerbiediging van het privéleven én op toegang tot rechtsmiddelen. Bovendien benadrukt het de ongelijkheid in de bescherming van mensenrechten binnen het Koninkrijk en de bijzondere bestuurlijke en ecologische kwetsbaarheid van Bonaire.

































