Familie Marsera over Rincon: ‘Je voelt het verleden nog steeds als je daar loopt’

KRALENDIJK – In een tuin in Playa (Kralendijk), komen vijf familieleden aan tafel om te praten over hun roots: Rob en Dita Strauss-Marsera, Arie, Flori en Germária Marsera. Wat begint als een gesprek over familie, groeit uit tot een levendig verhaal over Rincon, over hoe het was en hoe het veranderde.
De familiegeschiedenis ligt diep verankerd in het dorp. Germária vertelt over haar grootvader Anonio, bijgenaamd Tommy, Petrus Marsera, die getrouwd was met Adriana Stebana Martinus. “Ze kregen negen kinderen,” zegt ze, “maar drie zijn overleden toen ze nog geen jaar oud waren.” Het is een detail dat meteen de toon zet: dit is een familieverhaal, maar ook een verhaal van generaties, verlies en doorzettingsvermogen.
‘Onze hele familie komt uit Rincon’
“Onze hele familie is echt van Rincon,” zegt Germária zonder aarzeling. De anderen knikken. Namen en bijnamen vliegen over tafel, alsof elke generatie opnieuw tot leven komt. “We waren met velen,” wordt er gelachen, “en iedereen kende elkaar.”
Hoewel niet iedereen er is opgegroeid, blijft de band sterk. “Je hoort gewoon bij Rincon,” Arie. “Dat zit in je.”
Rob Strauss is echtgenoot van Dita Strauss-Marsera. Na het overlijden van vader en grootmoeder is het gezin weggegaan van Bonaire voor een betere toekomst, zoals vele Bonairiaanse families dit vroeger deden. Later in 1990 kwamen zij als laatste van de familie terug naar Bonaire en hebben allen geprobeerd om een positieve bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van het eiland met name op het gebied van onderwijs, welzijn, cultuur en politiek. Howel ze allen niet meer in Rincon woonachtig zijn, voelen ze zich nog wel Rinconeros.
‘Vroeger leefden we met de natuur’
Als het gesprek verschuift naar vroeger, verandert de toon. Rustiger. Serieuzer. “Vroeger waren we veel meer in contact met de natuur,” zegt Arie. “We werden er zelfs door beschermd.”
Germária legt uit hoe haar vader en zijn broers en zussen dit hadden ervaren: “Iedereen had een kunuku. Wij ook. Daar gingen ze elke ochtend naartoe.” Ze beschrijft hoe ze als kind water gaf aan dieren, geiten losliet en daarna naar school liep. “Het was gewoon ons leven. Heel normaal.”
En dat leven was verrassend rijk, ondanks de eenvoud. “Je had watermeloenen, geiten, kippen, varkens,” verduidelijkt Arie het. “Het waren echte boerderijen.”
De regen bepaalde alles. “In oktober werd er gezaaid en dan kwam de regen,” voegt Rob er aan toe. “Nu kun je ploegen wat je wil… maar er komt geen regen meer.”
‘Het was stil… echt stil’
Rincon van toen verschilt volgens de familie enorm van nu. “Het was stil,” zegt Rob nadrukkelijk. “Echt stil.”
Die stilte ging samen met een sterk gemeenschapsgevoel. “We hadden geen diefstal,” laat Arie weten. “Als iemand iets meenam, dan was het lenen. Dat was normaal.”
Maar die wereld veranderde. “De mensen zijn veranderd,” zegt Rob terwijl de gehele familie meeknikt. “Het gaat mee met de tijd.”
Met de komst van werk op andere eilanden vertrokken veel mannen van Bonaire. “Iedereen ging weg naar Aruba of Curaçao,” vertelt Germária. “Voor werk, voor een beter leven.”
‘Alles is gemoderniseerd’
Die migratie liet sporen na. Niet alleen in families, maar ook in cultuur. “De agrarische manier van leven is verdwenen,” zegt Arie. “Alles is anders geworden. Alles is gemoderniseerd.”
Sommigen zien dat als vooruitgang, anderen als verlies.“De gewoontes van vroeger zijn minder geworden,” klinkt het. “Dat is gewoon zo.”
Toch is er ook trots. Germária wijst op keuzes binnen haar eigen familie. “Mijn oma heeft bewust gezegd: jullie gaan weg voor een betere toekomst,” vertelt ze. “En daardoor zijn er leraren gekomen, mensen in de politiek, in de techniek.”
‘Op school mocht je geen Papiamentu spreken’
Een onderwerp dat emoties oproept, is taal. “Op school moest je vroeger Nederlands praten,” zegt Germária. “Als ze je betrapten op Papiamentu, kreeg je straf.”
“Een tik op je hand,” vult Arie aan.
Thuis was het anders. “Thuis spraken we gewoon Papiamentu,” zeggen ze allen in koor. “Dat is onze taal.”
Vandaag de dag pleit de familie voor verandering.“Papiamentu moet de basis zijn,” klinkt het. “Daarna leer je andere talen.”
Dia di Rincon: ‘Je loopt gewoon en je komt iedereen tegen’
Met Dia di Rincon in zicht op 30 april, de grootste feestdag van Bonaire, komt het gesprek weer tot leven.
“Het is een grote ontmoetingsdag,” zegt Rob. “Families komen van overal.”
“Je loopt gewoon door het dorp,” vult Germária aan, “en je komt iedereen tegen.”
Er wordt gelachen. “Het is druk,” zegt iemand. “Heel druk. Maar gezellig.”
De parade is een hoogtepunt. “Vroeger werd het leven van toen uitgebeeld,” zegt Germária. “Ik hoop dat ze dat weer doen. Dat de jongeren zien hoe het was.”
‘Dan voel je het gewoon’
Wat Dia di Rincon bijzonder maakt, is niet alleen het feest maar het gevoel. “Als je daar loopt, voel je het gewoon,” zegt Germária. “De sfeer is anders.”
“Je voelt het verleden,” zegt Arie.
En misschien is dat precies wat de familie Marsera wil doorgeven: niet alleen verhalen, maar beleving.
Terug in de tuin in Playa wordt het gesprek afgerond. De zon zakt langzaam, er wordt nog een drankje ingeschonken.
“Rincon zit in ons,” zegt iemand zacht. De rest knikt.
Met Dia di Rincon aan het einde van de maand in aantocht, krijgen de verhalen van de familie Marsera extra lading. Wat zij delen aan de keukentafel in Playa, komt straks tot leven in de straten van Rincon tussen muziek, herinneringen en generaties die elkaar opnieuw vinden.

































