Rampenfonds moet inwoners Bonaire financieel beschermen bij natuurrampen

KRALENDIJK – Inwoners van Bonaire moeten bij een grote natuurramp kunnen rekenen op een financieel vangnet, ook wanneer zij niet verzekerd zijn of hun schade niet volledig kunnen verhalen. Een combinatie van een publiek rampenfonds, een beperkte vergoedingsregeling en het behoud van particuliere verzekeringen lijkt daarvoor de beste oplossing. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van onderzoeksbureau Pro Facto, uitgevoerd in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC).
De Nederlandse Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts), die inwoners van Europees Nederland onder bepaalde voorwaarden een tegemoetkoming biedt voor schade die niet verzekerbaar of verhaalbaar is, geldt niet op Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Daardoor ontbreekt een structurele regeling die vooraf duidelijkheid geeft over financiële hulp na een grote ramp. De overheid kan na een ramp besluiten om alsnog een aparte tegemoetkomingsregeling in te stellen, maar dat biedt inwoners vooraf geen zekerheid.
Het WODC stelt dat een maatwerkregeling nodig is om inwoners van Caribisch Nederland een vergelijkbaar beschermingsniveau te bieden als inwoners van Europees Nederland.
Verzekeringen niet voor iedereen betaalbaar
Op Bonaire zijn volgens het onderzoek minimaal zes verzekeraars actief die schadeverzekeringen met een brede rampendekking aanbieden. Deze verzekeringen kunnen onder meer schade aan woningen, inboedels, bedrijfsgebouwen en inventaris dekken. Ook bedrijfsschade en schade aan motorvoertuigen en boten kunnen onder de dekking vallen.
Hoewel natuurrampschade op papier verzekerbaar is, betekent dat niet dat alle inwoners zich daartegen kunnen beschermen. De premies zijn relatief hoog en voor een deel van de bevolking moeilijk betaalbaar.
Exacte cijfers over het aantal verzekerde particulieren en bedrijven op de BES-eilanden ontbreken. Volgens de onderzoekers bestaat de grootste groep verzekerden vermoedelijk uit huiseigenaren met een hypotheek. Banken verplichten hen doorgaans om een verzekering met rampendekking af te sluiten.
Het aantal inwoners dat zich vrijwillig verzekert, lijkt beperkt. Naast de hoge premies spelen volgens het onderzoek ook een beperkt bewustzijn van de risico’s, wantrouwen tegenover verzekeraars en de verwachting dat de overheid na een ramp financiële hulp biedt een rol.
Grotere gevolgen dan in Europees Nederland
De risico’s op natuurrampen verschillen aanzienlijk tussen Europees en Caribisch Nederland. Op de BES-eilanden gaat het onder meer om tropische stormen, orkanen, aardbevingen, tsunami’s, vulkaanuitbarstingen en overstromingen. In Europees Nederland ligt de nadruk vooral op het risico van zoetwateroverstromingen.
Ook tussen de drie eilanden bestaan belangrijke verschillen. Het risico op tropische stormen en orkanen is op Saba en Sint Eustatius aanzienlijk groter dan op Bonaire. Daardoor zijn de verzekeringspremies op de bovenwindse eilanden fors hoger.
Daarnaast kunnen de gevolgen van een ramp op de eilanden veel ingrijpender zijn. De kleinschaligheid, de kwetsbaarheid van vitale infrastructuur en de bouwkwaliteit van gebouwen spelen daarbij een rol. Waar een overstroming in Europees Nederland vooral een bepaalde regio kan treffen, kan een natuurramp in Caribisch Nederland een heel eiland langdurig ontwrichten.
Volgens de onderzoekers vraagt die situatie om een regeling die rekening houdt met de specifieke risico’s en de grotere impact van rampen op de eilanden.
Verschillende mogelijkheden onderzocht
In het onderzoek zijn verschillende mogelijkheden uitgewerkt om inwoners en bedrijven beter te beschermen tegen de financiële gevolgen van natuurrampen.
Een optie is een publieke vangnetregeling die uitsluitend een tegemoetkoming biedt voor schade die niet onder de dekking van particuliere verzekeringen valt. Daarbij zou de overheid ervoor kunnen kiezen om vooral inwoners met een laag inkomen te ondersteunen.
Een andere mogelijkheid is een publiek rampenfonds met een bredere taak. Dat fonds zou niet alleen financiële hulp bij schade kunnen bieden, maar ook kunnen bijdragen aan noodhulp, wederopbouw en economische ondersteuning na een ramp.
Daarnaast zijn onder meer een verplichte particuliere verzekering met rampendekking, een collectieve publieke schadeverzekering en deelname aan een internationale verzekeringsregeling onderzocht. Bij een verplichte verzekering zouden aanvullende maatregelen nodig kunnen zijn om de premies voor inwoners met een laag inkomen betaalbaar te houden.
Geen van deze opties biedt volgens de onderzoekers op zichzelf een optimale oplossing. Een combinatie van maatregelen lijkt het beste aan te sluiten bij de omstandigheden op Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Nog geen besluit over rampenfonds
Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het WODC en moet bouwstenen opleveren voor een mogelijke maatwerkregeling. De onderzoekers hebben onder meer verzekeraars, banken, vertegenwoordigers van de openbare lichamen en maatschappelijke organisaties geraadpleegd. Ook zijn gesprekken gevoerd op Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Eustatius en Saint Kitts & Nevis.
De voorgestelde combinatie van een publiek rampenfonds, een beperkte vangnetregeling en particuliere verzekeringen is een aanbeveling uit het onderzoek. Er is nog geen besluit genomen om deze maatregelen daadwerkelijk in te voeren.
De onderzoekers wijzen erop dat een wettelijke regeling nodig is om inwoners van Caribisch Nederland meer rechtszekerheid te bieden. Daarmee moet worden voorkomen dat gedupeerden na een grote ramp afhankelijk zijn van een afzonderlijk besluit van de overheid over financiële hulp.


































