
WILLEMSTAD – Het Comité Herdenking Slavernijverleden en Stichting NAAM hebben vrijdag 16 oktober een samenwerkingsovereenkomst ondertekend. De overeenkomst, die loopt tot en met 2029, heeft als doel de kennis over het slavernijverleden te vergroten en het historische en culturele erfgoed van de zes Caribische eilanden toegankelijker te maken.
Lucia Beck-Fox, directeur voor het Caribische deel van het Koninkrijk van het comité, en NAAM-directeur Dimitri Cloose zetten hun handtekening onder de overeenkomst.
De samenwerking richt zich op vier projecten. Het eerste is een inventarisatie van bestaande publicaties over de geschiedenis van de slavernij op Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Eustatius en Sint Maarten. Deze informatie moet helpen om te bepalen welke onderwerpen nog nader onderzoek vragen.
Een tweede project hangt samen met de herdenking van de honderdste geboortedag van Elis Juliana in 2027. Het programma omvat publicaties, educatief materiaal, publieksactiviteiten en een reizende tentoonstelling over zijn bijdrage aan taal, kunst en Afro-Caribische cultuur.
Daarnaast werken de organisaties aan een digitale collectie en kaart waarin onderzoeksresultaten, publicaties en andere projecten rond het slavernijverleden samenkomen.
Het vierde project richt zich op de Zikinzá-collectie, met ongeveer 1.400 geluidsopnamen die Elis Juliana en Paul Brenneker vanaf de jaren vijftig maakten. De opnames bevatten verhalen, liederen en informatie over taal, slavernij en het dagelijks leven. Een pilotproject moet uitwijzen hoe dit materiaal kan worden getranscribeerd en toegankelijk gemaakt voor het publiek.
NAAM neemt de voorbereiding en uitvoering van de projecten voor zijn rekening, terwijl het comité middelen en financiering bijdraagt. De activiteiten worden in verschillende fasen ontwikkeld, volgens nadere afspraken tussen beide organisaties.


































