Staatscommissie: overheid schiet tekort in aanpak van discriminatie en racisme

· - leestijd 1 minuut
Afbeelding

DEN HAAG – De Nederlandse overheid moet fundamenteel anders omgaan met discriminatie en racisme. Dat concludeert de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme in haar eindrapport ‘Discriminatie doorbreken’, dat gisteren werd gepubliceerd.


Na vier jaar onderzoek concludeert de staatscommissie dat discriminatie niet kan worden gezien als een reeks losse incidenten, maar als een structureel probleem dat diep verankerd zit in instituties, beleid en maatschappelijke systemen. De commissie werd in 2022 ingesteld na onder meer de toeslagenaffaire en de maatschappelijke discussie die volgde op de Black Lives Matter-protesten.

Drie oorzaken

Volgens de onderzoekers zijn er drie belangrijke redenen waarom de bestrijding van discriminatie onvoldoende effectief is. Wetgeving en beleid worden vaak ontwikkeld zonder voldoende betrokkenheid van groepen die direct met discriminatie te maken hebben. Daarnaast richt de overheid zich vooral op het afhandelen van klachten en incidenten achteraf, terwijl preventie nauwelijks aandacht krijgt. Tot slot constateert de commissie dat politiek en overheid regelmatig terughoudend zijn in het erkennen van discriminatie en racisme als structurele problemen.

Voorzitter Joyce Sylvester noemt een koerswijziging noodzakelijk. In het rapport pleit de commissie voor een overheid die niet alleen zelf niet discrimineert, maar zich actief inzet om ongelijkheid te voorkomen en gelijkwaardigheid te bevorderen.

Tien concrete maatregelen

Om die verandering te realiseren presenteert de staatscommissie een actieagenda met tien concrete maatregelen. Zo moet de overheid een betere afspiegeling van de samenleving worden en inwoners structureel betrekken bij wetgeving, beleid en toezicht. Ook pleit de commissie voor meer onderzoek en dataverzameling over discriminatie, een sterkere centrale regie vanuit het Rijk en verplichte discriminatietoetsen voor beleid en publieke dienstverlening.

Een van de meest opvallende aanbevelingen is het stoppen van lopende en geplande toepassingen van datagedreven profilering door de overheid. Volgens de commissie brengen dergelijke systemen grote risico’s op ongelijke behandeling met zich mee. Daarnaast wil zij nieuwe wetgeving die overheidsinstanties verplicht om discriminatie actief te voorkomen.

Grote maatschappelijke impact

De staatscommissie wijst erop dat discriminatie gevolgen heeft voor miljoenen inwoners. Hoewel meldingen van discriminatie de afgelopen jaren sterk zijn toegenomen, blijft een groot deel van de ervaringen onzichtbaar omdat veel slachtoffers geen melding doen. Discriminatie komt volgens de commissie voor op de arbeidsmarkt, woningmarkt, in de zorg, het onderwijs en binnen de overheid zelf.

In het rapport wordt benadrukt dat de overheid een dubbele verantwoordelijkheid heeft: als beschermer van grondrechten én als organisatie die zelf risico loopt om burgers ongelijk te behandelen. De commissie verwijst daarbij onder meer naar de toeslagenaffaire, discriminerende fraude-algoritmen en gevallen van etnisch profileren.

Oproep aan kabinet en samenleving

De staatscommissie roept het kabinet op een onafhankelijke borgings- en monitoringscommissie in te stellen die toezicht houdt op de uitvoering van de aanbevelingen. Tegelijkertijd benadrukt zij dat niet alleen de overheid, maar de gehele samenleving een rol heeft in het bestrijden van discriminatie en racisme. Gelijkheid en gelijkwaardigheid moeten volgens de commissie de norm worden in zowel Europees als Caribisch Nederland.

"Discriminatie doorbreken vraagt om moed, leiderschap, middelen en voortdurende inzet van ons allemaal", schrijft de commissie in haar slotconclusie.

Het volledige rapport ‘Discriminatie doorbreken’ is hier te lezen.


181 keer gelezen

Deel dit artikel: